Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 10 - 74. Mylou Frencken: Geduld

vrijdag 15 maart 2019

[Kijk en beluister hier.]


Rode wangen kreeg ik toen ie me ten huwelijk had gevraagd
Mijn eerste grote liefde, ik was twintig en nog maagd
Hij was een serieuze jongen, slimme ogen, goed gebouwd
Op een lentedag in juni zijn we voor de kerk getrouwd
’s Avonds zag ik in de spiegel op mijn wangen weer die blos
Zachtjes vroeg ik aan mijn echtgenoot: knoop jij mijn jurk los

Dat is goed, zei hij, maar eerst, mijn vrouw doen wij de lichten uit
En zo lag ik in het donker met mijn tintelende huid
In mijn haren nog wat krullen van hoe ma het had gekapt
En op de grond lag als een bloem de jurk waaruit ik was gestapt
Ik dacht nu komen zo zijn handen, en Lieve Heer, wat dan nog meer
Maar mijn man hij sliep en pas na weken kwam de eerste keer

Geduld- geduld- heb geduld

Het was op een doordeweekse avond, het duurde korter dan verwacht
Nog voor mijn dijen gingen gloeien, was het eigenlijk al volbracht
Ik zei zinnen die ik passen vond bij de gelegenheid
Dat ik dankbaar was en trouw zou zijn en eeuwig toegewijd 
In het schijnsel van de maan, knoopte hij zijn pyjama dicht
Hij zei we moesten maar gaan slapen, morgen is het weer vroeg licht

En het was raak, mijn lichaam bolde, er was een kind verwekt
Mijn man bleef al die maanden van me af uit wat hij zei respect
’s Ochtends als ie naar z’n werk ging kreeg ik op m’n wang een zoen
En daarmee heb ik het al die huwelijksjaren moeten doen
Goed er waren een paar nachten, dan waren we ineens intiem
Ik kan ze op drie vingers tellen, dat werden Jos en Guus en Siem

Geduld- geduld- heb geduld

Mijn man hij was volmaakt tevreden met ons gezin, het huis, zijn baan
Maar bij mij groeide de twijfels, want raakte hij mij nooit aan
Ik kreeg warmte van vriendinnen, lieve knuffels van mijn zoons
En mijn eeuwige verlangen, langzaam werd het iets gewoons
Toen ons jongste kind uit huis ging, zei mijn man ik wil voortaan
Slapen op een eigen kamer, en zo is het toen gegaan

En toen kwam de dag, mijn man was net twee weken met pensioen
Hij vertelde dat ie alles nu heel anders wilde doen
Hij wilde reizen, wilde verder, alleen niet verder meer met mij
Maar met de liefde van zijn leven, tussen ons was het voorbij
Ik wist niet wat ik zeggen moest, hij was nu met een man
Hij was eindelijk eens eerlijk, sorry, dit was het dan

Nu ben ik tachtig en gescheiden, als ik in de spiegel kijk
Zie ik dat ik nog een beetje op die bruid van vroeger lijk
Zelfde blossen op mijn wangen, zelfde ogen, zelfde blik
En hoewel ik van ‘t idee van mijn nabije toekomst schrik
Hoop ik nog altijd op de liefde, en op wat niet werd vervuld
En als ik ergens spijt van heb, dan is het van al mijn geduld…

Ik heb geduld- ik heb teveel geduld

2016


Ook genomineerd voor de Annie M.G. Schmidt-prijs 2018

Archief 2019