Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 10 - 70. Anneke Brassinga: De geheime tuin

maandag 11 maart 2019



‘Vleugelnoot.’ ‘Aangenaam, hoe maakt u het; Krimlinde,
nee, geen familie van Krimhilde, of misschien is zij
een verarmde tak…’ ‘Het lijkt of ik u ken uit een vorig leven;

was het Tiergarten, toen we allemaal gekapt werden
voor brandhout in die oorlogswinter,
of Boeddha’s hertenpark? ‘Een wolkje wolk bij uw regen?’
‘En graag wat honing van de laatste bij.’

Nog tweedgroen, discreet lispelend, staan ze pal achter Ting-Jie,
Miss Ginkho, die rijk en sierlijk boven het gepeupel uit
gouden fanfare zou zijn als kleur klinken kon.

Het stralende is gewichtloos, zingt in stilte. Verheft zich, vliegt, dwarrelt, daalt.
De boomhazelaar, de gele zwarte els, de zon
heeft hun vracht bevrucht.

Zo, als rinkelende glinster van lichtcascaden, kwam ook Zeus
zijn dodelijke weelde strooien in de torenkamer
bij de opgesloten maagd:
ontvangenis, neigend steeds ten einde.

Alles zweeft naar de bron omlaag - 
een kenmerk van herfst
net zoals jij die daar al ligt
te slapen onder het mos.

Boen de tuin hangt ronding waar lucht samenspant
tegen elke vorm van verdwijnen: een mond
zo wijd geopend dat de grond onder onze voeten
mee omhoog - 

naar winterslaap tussen de windveren
van wegtrekkende laatste ganzen,
in het donker bijna verstaanbaar hun gakkende gesprekken -

‘Als iets geboren is, geleefd heeft, hoe kan het dan
ooit nog ontsnappen aan de wereld
en de hemel eromheen, om zich achter te laten
tot in eeuwigheid van eeuwen, amen?’

Je zwijgt maar we horen je toch:
elk blad dat valt een zucht
van onder het mos.


2019

Vervolg van gisteren.

Boven het gedicht staat i.m. F. en natuurlijk is In Memoriam F. opgedragen aan Fritzi, oftewel Fritzi Harmsen van Beek – in de opening herkennen we dan ook haar stijl, bekend van dit beroemde gedicht. Brassinga maakt graag gebruik van de allusie.

Twee bomen ontmoeten elkaar. Ze hebben elkaar eerder gezien: in een vorig leven, vóór het kappen, vóór het branden tot as, dus vóór het wederkeren tot stof. Doordrongen van hun lot, maar de levensvraag blijft prangen: 

Als iets geboren is, geleefd heeft, hoe kan het dan
ooit nog ontsnappen aan de wereld
en de hemel eromheen, om zich achter te laten
tot in eeuwigheid van eeuwen, amen?

Archief 2019