Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 9 - 68. Harrie Geelen: Als ik kon tekenen...

zaterdag 09 maart 2019

[Beluister hier.]

Als ik kon tekenen wat ik wou

Als ik kon tekenen wat ik wou
dan wist ik wel wat ik deed…
Ik tekende hoe ik met m’n vader
’s avonds laat naar huis toe reed
vóór op een kar vol schol en kabeljauw
waar ik de geur nog goed van weet.
Ik voel het schuren van mijn vaders mouw.
Hij pakt mijn hand beet.

En straat na straat staan alle huizen, lijkt ‘t,
al maar dichter, dichter op elkaar
en in de allersmalste steeg
maken wij twee de wagen leeg…
Als ik kon tekenen, denk ik, begon ik daar…

Maar ik kan denken wat ik denk
en ik kan voelen wat ik voel.
Ik kan een heel klein beetje zeggen
en bedoel een heleboel.
Maar verder kan ik niet…
Daar houdt het op…

Als ik kon tekenen wat ik wou
dan wist ik wel wat ik deed.
Ik tekende hoe het maanlicht ’s avonds
laat door het raam thuis binnen gleed.
Als ik kon schilderen, wist ik wel hoe grauw
het plein was als de regen zweeg.
Als ik dan buiten kwam op weg naar jou
leek heel de stad leeg.

Ik kan het gras dat om het huis heen staat
nog horen groeien en ik weet nog waar
ik van de bakker broodjes kreeg
en spelen mocht met lapjes deeg.
Als ik kon tekenen, denk ik, begon ik daar…

Maar ik kan denken wat ik denk
en ik kan voelen wat ik voel.
Ik kan een heel klein beetje zeggen
en bedoel een heleboel.
Maar verder kan ik niet…
Daar houdt het op…

Als ik kon tekenen wat ik wou
Dan wist ik ook vast wel wàt…
Ik tekende hoe ik met mijn liefje
’s avonds laat aan tafel zat.
Dan dronken wij een warme kop cacao
waar ik de geur nog goed van weet…
En als ik nipte, riep ik altijd ‘au’
want het was goed heet.

O, alle dagen die ik slijten kon,
die zou ik slijten daar, alleen met haar…
Ja ieder kopje dat ik kreeg
dronk ik opnieuw met liefde leeg.
Als ik kon tekenen, denk ik, begon ik dáár…

Maar ik kan denken wat ik denk
en ik kan voelen wat ik voel.
Ik kan een heel klein beetje zeggen
en bedoel een heleboel.
Maar verder kan ik niet…
Daar houdt het op…

Als ik kon tekenen wat ik wou,
ik tekende alleen maar jou…

1972


Voor toelichting: lees hier.

Archief 2019