Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 5 - 36. Maarten van Roozendaal: De...

dinsdag 05 februari 2019

[Kijk en luister hier.]


De olielamp

De olielamp slingert over het blanco papier
En de maan door de patrijspoort licht op in het schuim van zijn bier
Hij wil haar best schrijven zoals iedere keer
Van je ooit zal m’n liefste, maar hij gelooft het niet meer

Het Is eigenlijk alleen maar steeds verder gegaan
En hij raakt steeds verder van huis 
Dit schip, het nam hem bij haar vandaan
Maar dit schip brengt hem nooit meer thuis

Ooit waren zij twee kleine kinderen in een dorp ver van hier
Eén bakker, één slager en één kruidenier
Eén kerk, één begraafplaats en zij met z’n twee
En waar ze ook lopen, de aarde draait mee
Maar opeens zijn ze veertien en zweert hij haar trouw
Een kind nog, een jochie, zij is al een vrouw
Hij houdt zich groot met jenever, met hasjiesj en bier
En de bakker, de slager en de kruidenier

Wisten allang dat het alleen maar steeds verder zou gaan
En hij raakte steeds verder van huis
Dit schip, het nam hem bij haar vandaan
Maar dat schip brengt hem nooit meer thuis.

De kroeg, het casino, maar het verval begon pas
Toen de kruidenier plots de supermarkt was
Alles moest voorwaarts, hij zat aan de grond
Maar zij bleef hem kussen op zijn van wijn rode mond
Want zij was de vrede en met alle geweld
Zou hij z’n schulden betalen, de zee op voor geld
En als hij dan terugkwam, dan werd zij zijn vrouw
Van je echte idylle, van je ik hou

Maar de olielamp slingert over een golf van verdriet
En hij kan haar best schrijven, maar terug komt-ie niet
Omdat hij in iedere haven, omdat hij iedere nacht
Weer blut en bezopen in z’n kooi stapt en wacht
Tot zij, zoals toen, op de kade zou staan
En zij zwaait geen vaarwel, maar kom hier
En hij loopt er de plank af in haar armen en lacht
Naar de bakker, de slager en die man van de supermarkt

1995


Voor toelichting: lees hier.

Archief 2019