Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 3 - 25. Willem Wilmink: Het meisje spreekt

vrijdag 25 januari 2019

Beluister hier: 
Wieteke van Dort (1975)


Toen ik voor het eerst die dingen hoorde
was ik dertien of veertien jaar,
zag op weg naar school de mensen op straat
en dacht: die zijn naar bed geweest
met elkaar.

Maar geen spoor van avontuur
en geen spoor van licht
in hun hele postuur,
in hun hele gezicht.

De eerste keer van mezelf
ben ik bij dageraad voor het raam gaan staan,
en het licht van de zon bescheen
een schoorsteen, een plat met kiezelsteen,
en ik zag daar mijn leven van jongs af aan.

Ik heb het ook weleens gedaan
alleen maar voor de gezelligheid,
dat heette dan dat je werd verleid.
En als je dan ’s morgens koffie maakt
kan geen van de twee het zwijgen verbreken
en je voelt je op straat nog naakt.

Laatst heb ik een muur aangeraakt
op een zomerse avond. Hij was warm.
Toen legde ik mijn hoofd op mijn arm,
en het was of ik weer dat kind zijn zou,
als ik maar aftelde: zes, negen, tien,
als ik maar riep: wie niet weg is is gezien.

Misschien was dat het, waar ik om griende,
vroeg in de morgen, bij jou.

1965


Willem Wilmink: De laatste twee regels heb ik later geschrapt, op aanraden van Harry Bannink. 
Voor verdere toelichting: zie onder meer hier.

Archief 2019