Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 2 - 13. Luuk Gruwez: Modigliani's gebed

zondag 13 januari 2019

Vervolg van gisteren.





Sterke God, die beter schept dan ik en soms ook niet,
voor wie ik nooit een knieval doe en die ik niet aanbid,
voor wie ik zelfs mijn romp niet nijg en op een kerkstoel 
liever zitten blijf, al ben ik nu tot in mijn kont vervuld van iets

wat niet mag zijn, misschien verdriet, sta mij vandaag toch maar
eens bij: ik heb een liefde die ooit bloeiend was en met het zwaarste
dynamiet niet te vernietigen in één balorig ogenblik fataal
vernield. Sterke God, maakt U ons weerom heel? Ik kan het niet.

Zij os de enige die ik zozeer aanbeden heb. Omdat U God
bent, weet U vast waarom. Laat mij toch één keer toe
tot uw granieten hart. Zodat ik, als U mij tot kiezen dwingt,
haar niet de keel dichtknijp, maar tot het laatst blijf aaien.

2018


Niet voor niets is dit de omslagillustratie van Bakermat: het schilderij Portrait of Woman with Black Tie, in 1917 geschilderd door Amedeo Modigliani (1884-1920). Over dat werk – olieverf op doek, 65 x 50 cm – is veel geschreven. Vooral over die uitdrukkingsloze ogen, die we vaker zien op Modigliani. Van Wikipedia:
Het werk is exemplarisch voor Modigliani's eigenaardige opvatting over de rol van de ogen. […] Op het eerste gezicht lijkt het of de oogleden gesloten zijn, maar dat blijkt niet het geval. Niettemin blijven ze onzichtbaar en leeg. Iris en pupil zijn niet weergegeven. [… ]Modigliani gebruikte deze blinde blik in een bewuste poging de vrouw te isoleren, haar te brengen tot introspectie en daarmee op effectieve wijze uitdrukking te geven aan de gevoelswereld van zijn model (en dus tevens van zichzelf). De ogen zoeken naar de innerlijke beleving, ze zoeken aan de binnenkant, als in een meditiatie. Het resultaat voelt mysterieus, verontrustend, en werkt bijna hypnotiserend.

Niet alleen Modigliani’s werk intrigeert Gruwez, maar ook diens leven, althans op zijn minst de laatste jaren daarvan. In zijn aantekeningen schrijft hij uitgebreid hoe hij tot dit gedicht kwam:
In juli 1914 maakte de schilder en beeldhouwer Amedeo Modigliani kennis met de Engelse dichteres en kunstcritica Beatrice Hastings. Er vlamt een onstuimige relatie op, gekenmerkt door talloze ruzies, vechtpartijen en evenveel verzoeningen. Met name Modigliani’s drugsgebruik blijft voor Hastings een doorn in het oog. In deze periode is ze niettemin herhaaldelijk het model van de schilder. Na twee stormachtige jaren verlaat zij hem evenwel voor de Italiaanse beeldhouwer Alfredo Pina. De schilder zelf gaat een relatie aan met wie voor hem eveneens een belangrijke muze zal worden: Jeanne Hénuterne. Een dag nadat hij, geen zesendertig jaar oud, aan tuberculeuze meningitis overlijdt, pleegt zij zelfmoord door zich uit een raam van haar ouderlijke huis te storten. Vele jaren later beneemt ook Beatrice Hastings zich het leven. 

Morgen meer. 

Archief 2019