Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 44 - F. Harmsen van Beek: Brief

maandag 05 november 2018



AAN ONVERNOEMD, ONVERSTUURD.

'Kom ogenblikkelijk, ik ben ongeneeslijk ziek:
een liefde van zo'n dertig of zo jarenlang beleden

is vervallen, schijnbaar, in het niets, alwaar het
klaarblijkelijk al op zijn plaats was, al die tijd.

Indien nu koning Arthur nog maar bestond, was je een
vliegend schaak, of minstens Parcival, die had ook

onovertreffelijke zit, te paard. Met die gouden schotel,
is dat toen niet misgelopen? Zeker weet ik het meer niet.

Maar in elk geval was er sprake van een tafel en, nog
belangrijker een Ronde! De ridders doolden nog, ja, en

vonden, zo af en toe. Wat dan ook. Ik was toen, jammer
genoeg nog niet op de vlakte, nou ja, geef me desnoods,

vanwege doodsnood een injectie, per die juffrouwdame,
die dat zo voortreffelijk doet. Opdat ik weer vrolijk

word. Ach, ongeneeslijk is het waarschijnlijk toch, zó-
veel is nu toch eindelijk wel zeker. Maar er zijn meer

patiënten nog, die hoewel opgeschreven met opgeheven
hoofd de dood, de liefde, in de ogen zien, ach...

de herfst stemt me somber, stemt me vrolijk, bij de 
gedachte aan uw stem, aan uw bij voorbaat ruwe woorden,

omdat, als paardenkenner, bij hemelsblauwste oogopslag je
had gezien: dat ding valt niet te temmen meer, voor-

uit maar: een paar verantwoorde medicamenten. Nu,
nog bedankt, maar in Godsnaam, wie was je, waar bèn 

je en waarom niet hier? Waarom ik wèl?

1972


Vervolg van gisteren. 

Archief 2018