Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 43 - J.J. Slauerhoff: Voor de verre prinses [2]

donderdag 01 november 2018




Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tusschenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis – dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door groote droomen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iederen nacht.


Dit gedicht, uit 1930, nam ik al eerder op in deze rubriek (zie hier), maar nu voeg ik er twee vertalingen aan toe: de Friese (van Nienke Laverman) en de Portugese (van Mila Vidal Paletti), gezongen door Cristina Branco. Met die opnamen uiteraard.


Luister hier naar Foar de fiere prins (2004).

Nea wer komme wy tegearre:
Wreed twong de wrâld ús nei elts in oare helte.
Wy sjogge soms beide yn ´e nacht nei de stjerren,
Mar de stjêr en de tiid binne nea deselde.

Dyn lân leit sa fier fan myn lân:
Fan it ljocht oant it allerdjipste tsjuster – sa fier,
Dat ik rêstleas op reis, op wjukken fan langstme,
Dy groetsje soe mei twa eagen fan deastriid al skier.

Tink ris, dat it wier is dat troch grutte dreamen
Sels it swierste langstme oerbrocht wurde sil,
Droegen wurde sil nei de allerfierste stjêr:
Eltse nacht sil ik dan komme, by dy.


Luister hier naar A uma princesa distante (2004).

Jamais voltaremos a ver-nos,
Entre nós dois há um mundo pelo meio.
Por vezes, de noite, à janela nos detemos 
Mas são outras as estrelas que vemos… 
Doutros tempos o enleio.

É tão longínquo o vosso país do meu:
Como a luz da mais funda escuridão – tão distante –
Que viajando sem parar nas asas do desejo, eu
Vos saudaria num suspiro agonizante.

Porém, se for verdade, 
Que sonhando o impossível, 
Se leva o maior dos anseios 
À estrela mais intangível: 
Então eu voltarei, 
Voltarei todas as noites… 
De saudade.


Archief 2018