Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A-F), 2024-2 (G-K), 2024-3 (L-R) en 2024-4 (S-Z),
2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 38 - Antoine Uitdehaag: Ode aan de mus

maandag 24 september 2018

Vroeger vielen ze nog van het dak
in de lange hete zomers van de jaren
vijftig. Met honderden tegelijk
donderden ze uit de goten, joegen

als schooljongens door de plassen —
want regenen deed het toen ook al.
Onbeschermde vogelsoort zei mijn vader
en ik zag mannen voor me met geweren.

Er werd niet geschoten, ze zijn stilletjes
verdwenen, samen met het kattenkwaad
de meisjes van twaalf en de paters.

Nu tjielpen de mobieltjes, dit is
de schreeuwende eeuw. Van de spreeuwen.
Van de nog onbarmhartiger meeuwen.

2004


Nog een bijdrage uit Mussenlust en nu een gedicht dat niet speciaal voor deze bloemlezing gemaakt is, maar al te vinden was in Uitdehaags derde (en voorlopig laatste) poëziebundel: Dak zonder huis (2004). Toen waren ze al stilletjes verdwenen; bijna vijftien jaar later helemaal. Reden voor Tom van Deel om te dichten: Ik ging naar Artis om een mus te zien. 

Archief 2018