Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 36 - Kees Spiering: Nog één keer

vrijdag 14 september 2018

En inderdaad daar staat
die stomme fiets. Precies
waar de mijne altijd stond.
Alsof hij daar hoort, maar
hij hoort er verschrikkelijk niet.

En hij, hij moet nu binnen zijn
in het huis dat ik ken
als dat van ons. Wordt hij al
gegroet door hun buren? Komt
TomTom al miauwend op hem af?

Misschien zijn ze nu in haar kamer
op het bed met de knuffel die ik gaf.
Ik weet zelfs hoe de lucht daar smaakt,
welke wegen koplamplicht
langs plafond en muren gaat.

Ik trap mijn fiets
en mij bij haar vandaan.
Misschien was het fout
nog één keer langs te gaan.

2001


Vervolg van gisteren.
Nog één keer is de titel van dit al oudere gedicht. Nog één keer slaat ook op de derde en laatste bijdrage over deze bundel. 
Een bundel met volwassen onderwerpen als seks, liefde, scheiding en dood, schreef ik al. Een van de mooiste gedichten vind ik een nieuw gedicht, getiteld Bekentenis. Daarmee sluit ik af.

Zijn vader nam hem mee
naar buiten, de tuin in
hoewel ’t bedtijd was

Tussen de bomen hing
de nacht, warmte
van de dag, ’t schooljaar
was voorbij, zowat

Stilte, moeder en de hond
wachtten binnen, alleen
de kat schoof troostend
langs zijn been

Bij de sloot vertelde 
de vader wat de zoon
al had geraden: dat hij zou
gaan, maar in de buurt bleef

Vaders gezicht
kon hij niet zien. Alleen
een stem was er die nacht
en lang daarna

Archief 2018