Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 35 - Guus Vleugel: Meisje uit de Provinsie...

vrijdag 07 september 2018

[Luister hier]


Meisje uit de Provinsie in het Magies Sentrum

Ze zat in Enschede, en vond het leven tam
Want zeg nou zelf, wat is in godsnaam Enschede?
Twee boerenhippies en een lullig beatcafé
En op een dag nam ze de trein naar Amsterdam
Het Magisch Centrum van 't heelal!
In de coupé begon het al
Er zat een knul met een gitaar
En met een lintje in z'n haar
En toen ze eindelijk neerstreek bij het Monument
Waren de stenen daar een zalfje voor d'r krent

Het is begonnen, zei ze zachtjes voor zich heen
Dit is de sien waar al het goeie volk naar snakt
Toch had ze echt nog niet zo vrees’lijk gauw contact
Om twee uur 's nachts was ze nog moederziel alleen
Toen ging het regenen, in paniek
Zocht ze haar heil in een portiek
Daar zaten ook, nu had ze beet
Twee Ierse meisjes en een Zweed
Ze zei: Hello, my name is Annie van den Berg
Maar verder wou de conversatie niet zo erg

Toch had ze na een dag of vijf al een vriendin
Met wie ze trouw haar flesje deelde en haar brood
Dat meisje had nooit zoveel honger, want ze spoot
Maar ach, iets lekkers wou d'r af en toe wel in
Al was ze mager en doodsbleek
Het was een meid waar je naar keek
Ze ging zo af en toe gedwee
Met een of and're vogel mee
Om na een uur weer te verschijnen op de Dam
En zij, ze wachtte heel geduldig tot ze kwam

Zelf was ze niet bepaald een veelbegeerde buit
Neem nou dat seksfeest, in dat huis in de Jordaan
Ze zat de hele avond met 'r kleren aan
Want er was niemand die gezegd had: Doe ze uit
Ze had als steeds de pil geslikt
Maar keek uitsluitend wat verschrikt
En toch geleidelijk meer sereen
Naar de taf'relen om zich heen
Die ze in Enschede nog nooit had bijgewoond
Ze rookte Nepal, en werd misselijk, maar niet stoned

Van tijd tot tijd dacht ze wat schamper aan d'r moe
Die had gezegd, ga d'r niet heen, toe blijf bij mij
M'n kind, je gaat er naar de sodemieterij
Ze had er wel vergeten bij te zeggen hoe
En op een dag zei ze, tot ziens
En toen vertrok ze in d'r jeans
En met die flaphoed op d'r hoofd
Waarin ze zelf nooit had geloofd
En in de trein keek ze nog heel lang uit het raam
En even huilde ze.... Waarom, in Jezusnaam?

1970


Dit lied komt eveneens uit De Jasperina-Show (1970).  In de opvolger, Jasperina’s Grote Egotrip, zong zij onder meer De man die zelfmoord wilde plegen.

Archief 2018