Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 35 - Guus Vleugel: De man die zelfmoord...

dinsdag 04 september 2018




[Beluister hier: Herman van Veen.

 

De man die zelfmoord wilde plegen

Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen,
waarom precies, dat was hem zelf niet goed bekend.
Hij had die drang bij zijn geboorte meegekregen,
zoals een ander taalgevoel, of zangtalent.
En in de lente had hij enkel het verlangen
om zich aan een der groene takken op te hangen. (*)
Dat is een tamelijk bescheiden wens, nietwaar?
Een mens z'n lust dat is z'n leven, zeg ik maar

Alleen… hij kon het niet, meteen al niet als jongen
toen hij na schooltijd dikwijls aan de spoordijk zat.
O, hij was ziels- en zielsgraag voor een trein gesprongen
om te vergeten – hij wist niet nauwkeurig wat.
Hij wou zijn vader en zijn moeder niet verdrieten
en daarom liet ie de gedachte steeds weer schieten,
want een geweten is iets moois, maar als je ’t hebt,
dan ben je wel ontzettend zwaar gehandicapt.

Hij nam zich voor zijn ouders' sterven af te wachten
en had geluk: ze werden geen van beiden oud.
Maar zie, een leven wordt bepaald door vreemde krachten
en in de tussentijd was hij gewoon getrouwd.
Hij had een uitgebreide voorraad slaaptabletten,
die hij vaak telde als de scheem'ring aan kwam zetten..
o, hij kon ‘makkelijk bereiken wat hij wou
en toch, hij deed het niet, hij had een brave vrouw.

En toen die eindelijk gestorven was na jaren,
zag hij de kans tot zijn verdriet nog steeds niet schoon
om zelf die langverbeide haven in te varen:
hij was de vader van een dochter en een zoon.
Maar zijn geduld begon zo langzaamaan te slinken,
hij was nu vastbesloten om zich te verdrinken
en had de plek al uitgezocht, 't was bij een brug.
Hij dacht: hier doe ik het, o god, maak het toch vlug.

Het duurde lang voordat-ie klaar was met z’n taken,
maar toen hij voor z'n kinderen nauwelijks meer bestond,
ging hij er op een avond blij een eind aan maken.
En bij die brug, daar vond hij toen een zieke hond.
Hij had het dier het liefst ter plaatse willen worgen,
maar nee, hij bleef er tot zijn laatste snik voor zorgen
en gaf toen eigenlijk met tegenzin de geest.
Hij dacht: wat gaan ze met 'm doen, het stomme beest?

er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen
waarom dat wist hij niet, al zijn er reed'nen zat.
Ikweet er zo al uit mijn hoofd een stuk of negen,
al heb ik zelf de aandrang nooit zo sterk gehad.
Ach, om iets waar te maken van zijn liefste dromen
had ieder ander het vast niet zo nauw genomen,
maar hoe dan ook, dat heeft die man dus wel gedaan.
Hij is gewoon als ieder ander doodgegaan.

(*) Van Veen zingt: om zich alleen met groene takken op te hangen

1973


Zijn naam viel hier al, in een bijdrage over de in deze rubriek onderbelichte liedauteur George Groot. Maar anders dan Groot is Guus Vleugel (1932-1998) hier niet onderbelicht, maar tot nu toe onbelicht gebleven. Daar breng ik de komende dagen verandering in. 

Guus Vleugel is het bekendst als liedauteur van Cabaret Lurelei (1962-1968). Mooi is dat: Cabaret Lurelei heeft als vaste kern niet alleen de uitvoerenden – cabaretière Jasperina de Jong en pianist Ben Rowold (tevens composities) – maar ook de mannen achter de schermen: mede-oprichter en artistiek-zakelijk leider Eric Herfst (echtgenoot van Jasperina) en de man die verantwoordelijk is voor het repertoire: Guus Vleugel.

Vleugel, pas 18 jaar, ontvlucht zijn religieuze omgeving in Goes door naar Parijs te verhuizen en, terug in Nederland, Frans te gaan studeren in Amsterdam. In of via de homoscene komt hij in 1954 in contact met Wim Sonneveld, die hem vraagt teksten voor zijn cabaretgezelschap te schrijven. Daardoor, en door de waardering voor de poëzie die hij schrijft, valt hij ook op bij Eric Herfst en Ben Rowold. Zij contracteren hem als vaste tekstschrijver van hun gezelschap.

Ik kan bij jou niet komen, want… ik ben je al voorbij, dichtte Bram Vermeulen. Precies waarom Johan Cruijff niet bij Ajax kan blijven en Jasperina de Jong niet bij Lurelei. Te groot individueel talent om in de ontwikkeling van een collectief stil te gaan staan. 
Ook de teksten voor de soloprogramma’s die Jasperina de Jong vanaf 1970 speelt, zijn van zijn hand. Niet Ben Rowold, maar Joop Stokkermans is inmiddels de vaste pianist-componist en met Guus Vleugel is hij verantwoordelijk voor nummers als De non (Roll another one), Meisje uit de provincie in het magisch centrum, Dobbe, dobbe, dobbe en Abah abortus

Maar… in de samenwerking met het echtpaar Herfst-De Jong en auteur Vleugel gaat het mis. Vleugel heeft al jaren last van depressies en moet te vaak tot schrijven aangespoord worden. De depressieve periodes worden steeds zwaarder voor hem en hij doet enige malen een zelfmoordpoging. In 1974 verbreekt hij de artistieke relatie met Jasperina de Jong. Ook De Jong ziet samenwerking niet meer zitten en haakt af. 

Vleugel schrijft daarna nog wel, maar dat zijn voornamelijk columns (voor HP/De Tijd) en toneelstukken (met partner Ton Vorstenbosch). Zijn toneelwerk wordt matig tot slecht ontvangen Hij sterft verbitterd, in 1998, pas 66 jaar oud.

Archief 2018