Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 28 - Koenraad Goudeseune: Zelfportret met...

donderdag 19 juli 2018

Zelfportret met mijn vrouw

Er is, in bed, altijd een moment, liefste — hoe zachtzinnig ook —
waarop mijn teder gestreel vol overgave beslissend wordt.
Een moment vol dood gewicht, klamme adem, eindeloosheid
waaraan bij voorbaat een einde komt. Alles wat ik zeg,

is dode letter. Je verdraagt me. O, ik weet het goed en haat me.
Ik sta naast je op dit portret, de schilder heeft ons goed begrepen.
Je kijkt sereen, je lijkt een getrouwde vrouw zonder eigenschappen.
Ik ben je wederhelft, jij zit, ik sta. Ook het meubilair is vertrouwd

met hoe we ons bewegen in dit burgerlijke bestaan. Mijn hand
rust op je schouder, je haar is opgestoken. Grote geheimen schuilen
achter wat we laten zien. Ik heb nog nooit je blote kont gezien.

Jij weet niet hoe ik dorst. Je legt je adem in zuchten neer en slaapt.
Morgen gaan we samen naar de kerk. Een nichtje is aan het sterven.
Samen knielen, liefste. Als op dit portret gaan we de toekomst zien.

2018


Leonard Nolens zou je even kunnen denken, maar het sonnet mist diens vormvastheid. Geen rijm, op een rijk rijm (gezien - zien) aan het slot na. Dit gedicht is van Nolens’ landgenoot Koenraad Goudeseune (1965). Vlaming van wie ik nog niet eerder hoorde. Op Wikipedia heeft hij zijn eigen pagina, maar dan in het West-Vlaams. Ik lees dat hij uit Boezienge komt, maar 't wos dudelik dat 'n gin kiend van de Westoek wos. E kuste nie teegn de zogezeide platte, banoale en klêenburgerlikke menschn van olier. Dat is nog te volgen, toch? Hij was geen kind van de Westhoek, welke streek hem te kleinburgerlijk was. Hij ging studeren in Gent en bleef daar hangen. 

In 1993 verscheen zijn eerste boek: de verhalenbundel Vuile was en die ging over die jeugd in dat dorp bij Yper: 't Boek is dêels autobiogroafisch, mor oek dêels uutevounn en Goudeseune is nie benauwd voun e sarcastische tône. Ook nog begrijpelijk? Deels autobiografisch, maar ook deels bedacht (uitgevonden) en hij is niet bang voor een sarcastisch toontje.
In 1998 verscheen zijn eerste gedichtenbundel: Dat zij mij leest. Daarna volgden er, naast drie brievenboeken, nog vier, zijn meest recente meegeteld: Merkwaardige producten, waaruit bovenstaand gedicht afkomstig is.



Ook voor zijn gedichten geldt: dêels autobiogroafisch, mor oek dêels uutevounn en Goudeseune is nie benauwd voun e sarcastische tône. Maar er is nog zóveel meer dan autobiografisch, en sarcastisch. 
De bundel bestaat uit twee afdelingen: eerst ruim dertig sonnetten - en zo heet de cyclus ook - waaraan hij, zoals hierboven, veelal de liefste aanspreekt; daarna meer dan negentig Merkwaardige producten. Dat zijn gedichten van verschillende lengte en vorm, maar rond dezelfde thematiek als in de sonnetten. Ook daarin richt hij zich dikwijls rechtstreeks tot de liefste. Dit om zich uit te spreken over van alles en nog wat: zijn jeugd (Je komt na lange tijd in je ouderlijke huis. De dingen staan nog waar ze stonden, ze zijn alleen wat kleiner), zijn drankprobleem (Ik ben zo alleenig in dit gestorven gat dat ik van ‘s ochtends drink), het dichterschap (ik schrijf de hele dag en over niks ben ik echt tevreden), collega-dichters (als Hugo Claus en Margot Vanderstraeten – ze bestaat echt), beeldende kunst (Ik ben een bescheiden kijker wat schilderijen betreft), filosofie (Je haalt ook zonder Heidegger beslist de middag), seks (Met het kamermeisje mocht het zonder condoom en van achteren), liefde (Helemaal het einde is het als ik over jou kan schrijven), vergankelijkheid (Ooit slaat mijn laatste uur in ’t echt…), de dood (het is alsof ik jou kan tegenkomen, terwijl je reeds in de aarde ligt) en nog veel meer. Met herhalingen (schrijfster-journaliste Margot Vanderstraeten komt vaker langs), allusies (misschien puur toeval, maar Ooit droogt de zee, ooit zal de zon zelfs dovenOoit komt er een einde aan de tijd, schreef Jeroen van Merwijk (lees hier); Goudeseune: Ooit dooft de zon, ooit wint F.C. Breugelhof thuis tegen Los Diablos. Ooit reizen mensen in de tijd) en veel zelfspot (In januari sta ik altijd om halfvijf op. […Ik zit daar. Het is zelfs nog te vroeg om medelijden met mezelf te hebben). Alles verteld? Nog lange niet.




Merkwaardige producten is een merkwaardig product. Lyrisch als (laat ik in Vlaanderen blijven) Nolens dus, plat als Brusselmans – het eerste sonnet heet Cunnilingus, onder de eerste vrijere verzen titels als Tieten en Beffen zonder spiritualiteit moet hemels zijn - en cynisch als Elsschot, zoals in het gedicht van morgen.

Archief 2018