Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 27 - Vrouwkje Tuinman: Aankleden

woensdag 11 juli 2018



Er stonden misschien wel veertig paar schoenen in je kast.
Ik heb ze niet geteld, ik keek slechts tot ik een stel zag dat paste bij je uitvaartpak.

Je uitvaartpak: het pak waarmee je naar begrafenissen ging en dat je daarna, weer terug 
thuis, al in de gang weer uittrok.

Nu kleedden wij je aan.

Zo veel lagen: een luier waarvan de randjes frivool uit je onderbroek staken, een wit hemd

– Ik leer jullie een truc, zei een man. Je steekt je eigen armen door de mouwen, en die van
hem de lucht in. Het hele ding glijdt omlaag, op zijn borst en dan hoef je alleen,
doe het maar, zijn hoofd omhoog, de weke schouders komen mee, en klaar. –  

daarna een overhemd, het allerwildste, dat desondanks gestreken moest.
Ik had een strijkbout mee, geen plank, maar er was een kist en die was glad.

Een vest.
Is dat nodig?
Doe maar, doe dat vest, anders klopt het niet met het uitvaartpak.

Al die knoopjes, toen een broek, waar niet echt een truc voor is, behalve dan je handen goed
stevig in de billen planten, en trekken maar.

Een jasje.
Steek eerst je eigen armen, en dan de zijne, hoe vaak moesten we je nog door elkaar
schudden, hoeveel knopen moeten van de etiquette dicht, in een kist?

De sokken.
Die met de doodshoofden erop.
Je had een hekel aan je tenen, die ik zo graag zag, en nu vergat ik vanwege de stroeve stof,
de stijve linkervoet, de handen naast de mijne die zoveel sneller gingen met de rechter,

om te kijken.

Ik heb geen kinderen, zei ik, hoe trek je iemand schoenen aan, is er een truc?

Je schopte ze niet uit.

2018


In het nieuwe nummer van Hollands Maandblad (2018-5) dit gedicht van Vrouwkje Tuinman over haar gestorven geliefde: dichter F. Starik (1 juli 1958 - 16 maart 2018). Over hem heb ik vaak geschreven in deze rubriek (zoals hier en de dagen daarvóór). Wie die bijdragen kent, weet dat Starik de voorganger was van De Eenzame UitvaartVandaar Tuinmans zin: Je uitvaartpak: het pak waarmee je naar begrafenissen ging...

In Hollands Maandblad van december (2017-12) vertelde Starik, nadat hij was hersteld van een zwaar hartinfarct, Hoe het is om net niet dood te gaan. Citaat:

Ik wil per se niet zomaar ongemerkt wegglippen. Ik was altijd goed met de dood. Hij mag mij niet achteloos mee grissen uit een ziekenhuiskamer, omringd door apparaten, buiten bewustzijn, in een delier – voor mij een nieuw woord, ik kende alleen het delirium…

De dood was niet goed met hem en liet hem zomaar onopgemerkt wegglippen…

Het nieuwe themanummer van De God van Nederland – ik schreef er hier al over –  gaat helemaal over gestorven schrijvers van Stariks Gedoemde Generatie en dus zijn ook twee pagina’s aan hem gewijd. Drie citaten daaruit:

1.
Mijn lief vraagt […] of ik niet eigenlijk ook een slapjanus ben dat ik gewoon doorga met roken en drinken. Mijn lief vraagt of ik geen spijt ga hebben van mijn levensstijl, als ik statistisch gezien te jong ga sterven, net als de beroemde zanger (hij bedoelt Maarten van Roozendaal, fv), die vorig jaar in een interview aangaf dat hij dacht een jaar of zestig te worden, nog tien jaar te gaan, ik zeg mijn lief dat ik denk dat ik zo gelukkig ben. ‘Nee,’ zegt ze, ‘je bent zo niet gelukkig.’
F. Starik in Moeder doen (2013).

2.
Dichten, drinken en roken horen voor sommigen onafscheidelijk bij elkaar. Na een hartinfarct dat hem vorig jaar vier maanden lam legde, heeft Starik de drank afgezworen.
{Uit laatste interview met hem, postuum in Trouw verschenen op 18 maart jl.)

3.
De drank afgezworen… Maar niet voor lang, zoals L.H. Wiener, onder de titel Brief aan F. Starik (Poste restante) schreef in de Volkskrant van 20 maart jl.:

Kort geleden troffen we elkaar in Paradiso, tijdens de beurs voor kleine uitgevers, waar je me op nuchtere toon vertelde dat je en hartaanval had gehad en niet meer dronk. 
Het was toen dat we afspraken elkaar nu eens echt te ontmoeten, in café De Engelse Reet. […]
Voor iemand die niet meer dronk zette je een behoorlijk tempo in, het werkwoord demarreren drong zich op. Nu spuug ik er zelf ook niet in en na een half uur taxeerde ik het gelag op rond de 50 euro. […]
De volgende dag, op vrijdag 16 maart om 16:24 uur, schreef ik je een e-mail. Je antwoordde niet, omdat je toen al dood was.

 

Archief 2018