Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 25 - Peter Swanborn: Ring

dinsdag 26 juni 2018

Bij het houden van haar lichaam, vast
als een kind dat aandacht vraagt, maar
dan zwijgend, moeizaam lachend, zie ik
hoe een leven langzaam uiteenvalt

tot stof, tot zand, door mijn vingers, als
water in een rivier die rondgaat, eerst
ondergronds, dan omhoog over land
naar zee, het strand nu stil en rood.

Zij traant, ik troost. Met gesloten ogen
kijkt ze door mij heen, grijpt een hand
en schuift als een ring de herinnering

om mijn hart. Een geest verdampt,
stolt en neemt genoegen met een ander
lichaam, tijdelijk, tot ook ik verwaai.

2009


Bovenstaand titelgedicht is het tederst; onderstaand gedicht, getiteld Verjaardag, het aangrijpendst. Die slotregel: wacht maar, ook jullie zijn alleen. Ze is ver heen, zei ik over mijn dementerende moeder. Swanborn treft me als een mokerslag: ver heen betekent iets anders: ze was veel verder dan ik nu ben. 

Familie compleet, bloemen in plastic, 
soep met kroket, hard praten,

cadeautjes bedoeld om goed te maken, 
vers kleinkind onhandig op schoot gelegd.

Ze ziet niets, hoort alles, keert zich af. 
Die mensen, wat willen ze toch?

Iedereen druk met elkaar of zichzelf.
Het weer, het werk, vakantie, hypotheek. 

Ze luistert en zwijgt, zegt niet: 
wacht maar, ook jullie zijn alleen. 

Archief 2018