Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 24 - Peter Swanborn: Kleine Paul (4) uit Terneuzen

zaterdag 23 juni 2018

Moeder zat te lezen, slecht
geconcentreerd, keek voortdurend
op of om, wilde weten waar ik was.

Het was een middag tegen vieren
in een zwembad zonder diepte.
Ergens tussen twee momenten

niemand kan het goed begrijpen

zag ik schitter in de spiegel,
wilde raken, pakken, voelen,
wist niet wie of dat ik was.

Ergens tussen twee momenten,
niemand kan het goed begrijpen,
bleek het water meer dan zacht

2009


Ik was nogal onder de indruk van de nieuwe gedichten van Peter Swanborn, verschenen in Het Wolkenreparatieatelier (zie hier en de vier dagen daarna). Swanborns werk werd daarna van tafel gestoten door met name die dikke bundel van Maarten Inghels (zie hier en de vijf dagen daarna), maar in de tussentijd kon ik me wel verdiepen in zijn oudere werk.  



Tot de dood op zee, een bibliofiele uitgave uit 1998, is één gedicht in zeven verzen: een mythologisch  verhaal over een man alleen op zee; hij is door zijn volk verstoten. Dat debuut sla ik over. Maar zijn overige vier bundels (voorafgaand aan Het Wolkenreparatieatelier) wil ik wel alle in deze rubriek aan de orde laten komen en niet in chronologische, maar willekeurige volgorde. Te beginnen met een tweede (en voorlopig laatste) bibliofiele uitgave, getiteld Een koud bad. Ondertitel: 24 liederen onder water. Die verscheen in 2009 in de Zeeuwse Slibreeks



Een koud bad bestaat uit 24 gedichten over 24 verdronken Zeeuwen, allen in de titel genoemd met voornaam, leeftijd en woonplaats. In de eerste helft zijn dat fictieve slachtoffers van de Watersnoodramp van 1 februari 1953; het tweede deel gaat over later omgekomen Zeeuwen. Ze verdronken in hun glas in de dorpskroeg , pleegden zelfmoord op volle zee of maakten een verkeerde inschatting in het zwembad, zoals Kleine Paul van 4 uit Terneuzen in het bovenstaande gedicht: niemand kan het goed begrijpen […]. Ergens tussen twee momenten […] bleek het water meer dan zacht. 

Archief 2018