Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 22 - Elma van Haren: Nu

donderdag 07 juni 2018

Het heden is een mispelachtig soort,
          grensgeval tussen fruit en groente.
Iets met een grote pit erin,
wat flauws en vlezigs, dat om zout
en peper vraagt, een beetje mayonaise.
Het lispelt overspeligheid en beter
          daar confituur van maken
          dan vers te consumeren,
want het vult de mond vervolgens
          met zijn zilte vergankelijkheid.
Het heden dat geslepen
een voortdurend
zachtblauw gebutste
          afdruk van het zelf gebiedt,
                 zodat je vanzelf gaat staan wuiven
                 met de felgekleurde wimpel
                                                        van het ‘ik’.

2018


Flitsleemte was de laatste bundel van Elma van Haren (1954). Die verscheen in 2009. Pas negen jaar later is er de opvolger. Ook al zo’n intrigerende titel: Zuurstofconfetti
Die bestaat uit drie afdelingen. Naast de derde, waaraan de bundel haar titel dankt, zijn dat Bloemistengrond en Hoefschrapend Hart. Bovenstaand gedicht gaat aan die drie hoofdstukken vooraf en laat zich lezen als motto.



Het heden is mispelachtig, schrijft zij, dus als een mispel: met dikke schil en pas eetbaar als het gebutstis, ondefinieerbaar (grensgeval tussen fruit en groente), pittig, flauw (vraagt om zout en peper) en niet vers te consumeren… 
Wat je met het heden moet doen? Slijpen, zodat je alert blijft (een voortdurend zachtblauw gebutste afdruk van het zelf) en er iets van maakt (zodat je vanzelf gaat staan wuiven met de felgekleurde wimpel van het ‘ik’).

Een extravert-introverte bundel, met weidse taalexcursies, extatische woorden en hemelsbreed meanderende verzen schreef NRC-Handelsblad over eerder werk, zo meldt de achterkant. Nieuw werk van haar lezen schrikt mij altijd wat af, omdat ik weet hoeveel inspanning het mij kost om mee te gaan in haar eindeloze, over drie à vier pagina’s uitgestrekte beelden en associaties, compleet met visuele keuzes, zoals het inspringen van regels, het markeren van tekstblokken en het afwisselen van lettertypes en –plaatsingen (à la Paul van Ostaijen).

Daarom lag deze bundel al een tijdje binnen bereik. Inmiddels vond zij de weg van de tafel naar mijn Hoofd. Tafelhoofden zou Van Haren kunnen neoglismeren. 
De tweede afdeling intrigeert mij het meest. Die gaat over een vrouw die alleen is en weer verlangt naar een minnaar. Een hunkerend mens heet bij Van Haren een Hoefschrapend Hart. Wie naar haar taal niet luistert, heeft in haar bundels niets te zoeken. Morgen nog aandacht voor de hoefschraapster.

Archief 2018