Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 20 - Stan Mooij: Sluitertijd

dinsdag 22 mei 2018

hangend over een brug verloor hij 
zijn cameratas aan het water, 
later door mijn moeder 
meewarig opgevist en belicht  

mijn vader en zijn eindeloze 
stroom van foto’s 
avond aan avond onder glas 
de randen gedicht met fototape  

zijn leven stopgezet 
in de ruisende projector, 
zijn dialoog met de repeterende stilte 
het slapend bezoek  

in zijn vergrotingskoker 
heeft hij uit zijn fotoboeken 
wanhopig de mooiste opnames 
alsmaar verder vergroot  

onverbiddelijk sloot de sluiter, 
zijn roep om aandacht 
voorgoed gesmoord 
in volle vuilniszakken  

2017


Titel- en slotgedicht van de bundel van Stan Mooij (1947). Hij begon pas rond zijn zestigste te dichten, won enkele literaire stimuleringsprijzen en publiceerde in 2010 zijn eerste bundel. Nu is er dus een tweede met op het omslag een foto  gemaakt door Arend Mooij en op de achterflap een zwart-witfoto van diezelfde Arend Mooij met, zo staat vermeld, zijn belichtingsmeter. Arend Mooij is natuurlijk de vader die hierboven beschreven wordt. 
 


De man met zijn belichtingsmeter (die de lensopening berekent) maakte een eindeloze stroom van foto’s, lezen we. Goede foto’s? Nee, want ze zijn na zijn dood voorgoed gesmoord in volle vuilniszakken. En dat terwijl het het enige lijkt waarvoor hij uiteindelijk leefde: hij probeerde zelfs de mooiste momenten vast te houden door ze alsmaar verder te vergroten, ook figuurlijk in de gesprekken met familie en vrienden. Het spannendste van zijn hobby is nog geweest dat hij hangend over een brug zijn cameratas verloor aan het water, later door mijn moeder meewarig opgevist en belicht. Mooie vondst, want opgevist en belicht hebben hier ook allebei een figuurlijke betekenis: oprakelen. Zij had haar eigen belichtingsmeter.

Dan is er nog de belichtingsmeter van de dichter. Die berekent zijn Sluitertijd voor herinneringen aan vroeger (die ouders dus, maar ook voorwerpen, zoals de ouderwetse telefooncel) en aan later (binnen zijn eigen gezin). Daarnaast voor sfeertekeningen van onder meer Brabantse plaatsen (zijn woonplaats Son en Breugel, maar ook dorpen en steden daaromheen), kerken en landschappen (ook buiten Nederland, zoals de MH17-rampplek) en indrukken, zoals zijn veelal melancholische stemmingen in de kringloopwinkel en op Strooiveld Dahlia:

In de strooivelden 
van het bos ?
draaien boeketten ?
in metalen vazen ?
rusteloos rond

bij grijze grond plant ik 
gele brem onder ?
krakend herfstblad, ?
gevallen na de zomer ?
nadat jij

insecten dansen, 
de snijbloemen ?
van de doden ?
hangen geknakt en gevlekt ?
uit vuilcontainers

een lekkende kraan 
vult langzaam ?
de gescheurde gieter ?
waarmee ik ?
mijn verdriet begiet


Het is zeer toegankelijke poëzie met – want dat krijg je op die leeftijd – al vaak de vergankelijkheid als Doelwit:

wat liet ik na
wat heb ik nagelaten
wat onthield ik anderen
wat onthouden zij van mij

mijn woord 
geboord in de roos
van mijn schietschijf
omringd door wat mij raakt

mijn vingers, gekromd
om de tralies te buigen,
het koord te spannen, te breken
het spoor dat verdicht of ontsnapt

de stap van mijn handschrift
ritmisch dansend of botsend
op het stootblok van mijn kantlijn,
omcirkeld, geschrapt

leestekens in witte inkt
of een ingeving van vlees en bloed
daarheen de stenen
de bielzen
het verwaaide papier

Archief 2018