Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 19 - Giovanni della Chiusa: Hommage aan...

vrijdag 18 mei 2018

Hommage aan Raymond Roussel
(hoewel nooit gelezen)

33 tabletten Phanodorme
68 stuks Hypalène
4½ flesjes Vériane
52 tabletten Rutonal
39 stuks Somnothyril
2½ flesjes Neurinase
1 flesje Acetile
4 flesjes Véronidin
+/- 60 tabletten Soneryl

2018

 

In de herfst van 2012 debuteerde Giovanni della Chiusa (1969-2015) in Hollands Maandblad. Met enige regelmaat verscheen in dat tijdschrift zijn poëzie, tot het bericht kwam dat hij op 45-jarige leeftijd was omgekomen bij een auto-ongeluk in de buurt van Perugia.

Aldus Arnon Grunberg, die het voorwoord schreef bij Een mens moet ook niet alles willen weten, de verzamelde gedichten van de Italiaanse dichter, van wie vorig jaar al de bibliofiele uitgave Zeven Melancholische Gedichten verscheen. Omgekomen bij een auto-ongeluk? Ik denk dat het verhaal anders is en dat Della Chiusa om het leven is gebracht en wel door Arnon Grunberg. In figuurlijke zin uiteraard: volgens mij is de dichter Grunberg zelf. Maar ja, een mens moet ook niet alles willen weten.





Volgens Grunberg was Della Chiusa een kleine, ietwat gebochelde gestalte […] die op straat leefde en die zich opdrong aan schrijvers. Nou ja, minstens aan eentje: de schrijver van het voorwoord zelf. Zeker niet aan Raymond Roussel (1877-1933), de hoofdpersoon in bovenstaand gedicht, want die leefde toen al niet meer. Gezien de opsomming aan gruwelijke barbituraten (met lieflijke namen) zal de oorzaak duidelijk zijn: zelfmoord en wel op een hotelkamer in Palermo. En evenmin kan hij Italo Svevo (1961-1928) gekend hebben, want ook die was toen al dood. Ook door een auto-ongeluk trouwens, zij het gelukkig al wat ouder. Over hem moet Triëst gaan:

Een echtgenote die scheel kijkt, de lelijkste van de drie zussen
lichamelijke aandoeningen als een mank been, tot het kreupele toe
vroege kaalheid
abominabel vioolspel na jarenlang oefenen
zakelijke mislukkingen
een pathologische rookverslaving
een minnares die liefde eist
dwangneuroses
slechte gewoontes, zoals het missen van begrafenissen van vrienden en
altijd maar recht proberen te praten wat krom is.
Niemand hier die er aanstoot aan neemt, die zwijgend omkijkt 
of naroept.
Welkom, lijkt de stad te willen zeggen,
wees een van ons.

Archief 2018