Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 18 - Arthur Japin: Nachtkaravaan

woensdag 09 mei 2018

Hier komt een vrouw die leeft
Van haar schandelijke zin in zonde
Gevolgd door een wolvenkind
Aan de leiband van een blote dwerg

Een kar vol krankzinnigen
Die de liefde hebben uitgevonden
Een vent, die geen mens bemint,
Duwt de rolstoel van een zeemeermin

Wie overdag
Niet buiten mag
Of uitgelachen wordt,
Wat wacht je?
Fuif, beest,
Vier feest om je
Vrijheid op
Midzomernacht

Ik ga vooraan
Mijn
Nachtkaravaan
Trekt verder
Voorbij gezond verstand
Wat een stoet!
Wat een moed!
Kom, zwaan kleef aan
Mijn
Prachtkaravaan
Leef één nacht
Alsof geen droom ooit strandt

Een non laat haar borsten zien
Aan een geile bokkenrijdersbende
Een blinde durft op de tast
Voor hen uit te rennen in galop

Een kaalkop in glitterjurk
Bezingt de zwoele zomerzonnewende
een pot waarop geen deksel past
Zet een pruik van leeuweriken op

Wie nergens past
Alleen tot last
Of zonder houvast is,
Wat let je?
 
Fuif, beest,
Vier feest om je
Vrijheid op
Midzomernacht

Ik ga vooraan
Mijn
Nachtkaravaan
Trekt verder
Voorbij gezond verstand
Wat een stoet!
Wat een moed!
Kom, zwaan kleef aan
Mijn
Prachtkaravaan
Leef één nacht
Alsof geen droom ooit strandt

Hier trekt dat vreemde ras
Dat zich aan niets of niemand voelt verbonden
Als altijd uit de pas
In parade door de koude klei

Een eindeloze rij
Van wie zich aan de eenzaamheid verwondde
Viert één nacht feest dat zij
In hun eentje met zovelen zijn
Wie overdag
Niet buiten mag
Of uitgelachen wordt,
Wat wacht je?
Fuif, beest,
Vier feest om je
Vrijheid op
Midzomernacht

Ik ga vooraan
Mijn
Nachtkaravaan
Trekt verder
Voorbij gezond verstand
Wat een stoet!
Wat een moed!
Kom, zwaan kleef aan
Mijn
Prachtkaravaan
Leef één nacht

Alsof geen droom ooit strandt
Vieren wij dat wij
In ons eentje met zovelen zijn

2018


Het lied is tien jaar ouder dan de publicatie. Arthur Japin schreef het voor Sara Kroos en samen met componist Martijn Breebaart wonnen zij er in 2009 de Annie M.G. Schmidt-prijs mee, de prijs voor het beste theaterlied van het jaar. Nu is het het titelgedicht van een prachtig vormgegeven bundel met liedjes en een paar gedichten van Japin.





In zijn verantwoording – Coda genoemd – schrijft hij over dit lied: In de nachtelijke feeststoet uit de titel komen de buitengewone figuren samen die mijn leven en mijn werk kenmerken om te vieren dat zij nergens passen. Zij helpen mij niet te worden als de schrijvers uit mijn jeugd. 

Morgen meer! En klik hier voor de uitvoering van Sara Kroos en haar muzikanten, onder wie op toetsen Martijn Breebaart.

Archief 2018