Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 14 - Lévi Weemoedt: Record

vrijdag 13 april 2018


Het is vandaag vrijdag de 13de. Ongeluksdag. Ik constateer dat ik in deze rubriek nog niet eerder een gedicht van Lévi Weemoedt (pseudoniem van Izaäk van Wijk, 1948) heb opgenomen. En bij ongeluksbrengers in de literatuur denk je, nog eerder dan aan Hans Dorrestijn, vooral aan hem. Samen vormden zij in een ver verleden het duo
Blij en het duo Pret. Hun muzikaal begeleiders verzuchtten achteraf dat je bij werken met die twee sombermannen minder baat hebt bij het beschikken over een conservatorium-, dan een sanatoriumachtergrond.




Van Wijk studeerde Nederlands en stond daarna voor de klas, wat hem niet beviel, ook omdat hij er niet goed in was. Daarna vestigde hij zich fulltime als auteur van verhalen en gedichten. Tot zover exact dezelfde studie- en beroepswandel als Dorrestijn. Weemoedt debuteerde, vier jaar na Dorrestijn, als dichter en publiceerde inmiddels zo’n twintig bundels met verhalen en gedichten. In 2007 vierde hij zijn dertigjarig schrijversjubileum met de uitgave van zijn verzamelde werk. Titel: Vanaf de dag dat ik mensen zag.

Vandaag, ter gelegenheid van vrijdag de 13de, 13 (!) van zijn tragikomische gedichten en uitspraken, met het tragische slechts als uitgangspunt om het komische te bereiken. Veel plezier vandaag!





1. Record
Mijn tweede vrouw is zo snel weggelopen,
dat ze de eerste heeft ingehaald.





2. Een hele opluchting
Ik belde eens, na een wanhoopsnacht
vol angst en liefdespijn,
mijn beste vriend: waar of die dacht
dat mijn Jeanette kon zijn.

Ach! ik had me weer eens op hol gebracht
om niks. Om mijn ziek brein.
Want dáár klonk, slaperig, héél zacht,
Jeanette over de lijn.
 




3. Lullopertje
‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.
 




4. Rijk Verleden
Ik was dronken toen ik je ontmoette
Ik was dronken toen ik je verloor
Wat kan er nog een hoop gebeuren
Tussen twee dronkenschappen door

 




5. Contactadvertentie
Vanmorgen sloeg de poes ineens aan 't zingen.
’k Zat aan 't ontbijt en staarde radeloos in de thee.
0! 't Was een treurig lied vol jeugdherinneringen:
van een geliefde en een wandeling aan zee.

Plots viel de hond in met een diep neerslachtig janken:
ach! van een setter stond zijn hartje zó in brand
maar zij was doodgereden; van die kranke
liefde rees hij nooit meer uit zijn mand ...

Vóór ik het wist begon m'n eigen keel te zwellen
en huilde ik mee met de beschuitbus in mijn hand.
Die was van Bolletje, de thee was van Van Nelle;
maar van mijn tranen was Jeanett' de fabrikant.

0! 't Is geen leven meer voor deze vrijgezellen;
als dat zo doorgaat bung'len zij aan boord of band;

welk jong, knap meisje, dat kan koken en verstellen
stelpt nu hun leed, en schrijft een brief naar deze krant?
 




6. De bedriegertjes
"Wat 'n treurigheid! O, het is niet waar
toch?", snikte de psychiater.
"En dat heeft u al van uw derde jaar?
Ging dat nooit eens over later...?"

Ach, ik zei maar snel dat het overging
en haalde een glaasje water.





7. Gedeelde smart
De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas jenever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.
 




8. Een huis vol
Ik ben getrouwd met Treurigheid,
woon samen met Verdriet.
Krijg soms bezoek van Eenzaamheid
maar helpen doet dat niet.





9. Hamlet
Ik hier alleen. Jij in Den Haag.
Zijn of Azijn. Dat blijft de vraag.

Zij zat van Amsterdam tot Hollands Spoor te breien, 
o lief gezichtje! Vlijtig slonk de kluwen wol.

Ik lag in 't bagagerek schuin boven haar te schreien, 
't liefst kroop ik naast haar, maar de hele trein zat vol.

'k Zoog op mijn kaartje, ach! ik kon geen smoes verzinnen! 
t Was bitter afzien onder reiswieg, weekendtas

en diplomatenkoffer. Langs mijn regenjas 
viel in haar blousje soms een hete traan naar binnen.

Maar zij liet al die tijd niet 't kleinste steekje vallen: 
de naalden stampten, ja, ze breide als een trein! 

Haar borstjes hupten als twee jonge tennisballen 
en ik wou liever niet meer hier op aarde zijn ... 

Wáár heb jij toch zo deeg'lijk leren breien? 
Bij Schoevers? bij de Vos? de L. 0. I. ?

En ik, waar leerde ik zo droevig schreien? 
Waar leerde ik de eerste melancholie..? 




10. Asyl
Veel honden hebben baasjes,
veel mannen wel een vrouw.
Ik heb alleen maar niemand,
waar ik zoveel van hou.
 




11. Tips voor Alleenstaanden [1]
Aankoopcomfort:
Koop ook een antwoordapparaat
waarop uw stem met 'Welkom!' staat.
Loop dan naar buiten en draai snel
uw eigen nummer in een cel.
Vraag of 't bezoek gelegen komt,
en u hoort 'Welkom!' uit uw mond.
Koop een bos bloemen, zing een lied:
het leven is zo eenzaam niet
als je maar denkt aan ben die varen
of bung'len aan een straatlantaren.

 




12. Dakkapel
‘k Zie zo vaak verliefde paartjes
even stilstaan voor mijn huis:
‘Daar woont Weemoedt’, wijst de jongen.
En het meisje slaat een kruis.





13. Tips voor Alleenstaanden [2]
Medicijnen, gas & elektra:
Sluit 's middags heel vroeg de gordijnen,
óók als u op de tiende woont.
Zorg dat u zich eens goed verschoont
en slik bijtijds uw medicijnen.
Pers dan uw daaglijks stukje fruit
en blaas met zorg de waakvlam uit.
Kruip dan in bed, neurie een lied:
het leven is zo eenzaam niet.
Denk maar eens goed aan hen die varen
of bung'len aan een straatlantaren.

 
 

 

 

 

 

Archief 2018