Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 14 - Willem van Toorn: Vertrek van dochters...

zondag 08 april 2018

Vertrek van dochters, schreef een bevriend dichter weemoedig:
“Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien
aan hun gezichten.” Dat heeft W natuurlijk ook wel, maar hij heeft
vooral de mensen leren kennen die zijn dochters werden

en die de liefde onder zijn leergierige ogen
ook weer verandert in geheimzinnige vrouw.
De leegte van hun weg-zijn invullen met nieuwe
gedaanten van zichzelf moet hij. Met werk. Maar waar

komen nu ineens de beelden weer vandaan van
de jongenskamer achter vaders werkplaats?
Omdat alles wat nu bestaat daar is begonnen? Omdat
de kaarten toen zo duidelijk op tafel lagen

voor het spel van goed en fout? Omdat nu niets
meer is wat het toen leek? W leert langzaam het ambacht
van vertalen, gaat diep terug in zijn eigen tijd en vertaalt
van rond zijn geboortejaar Christopher Isherwoods

Goodbye to Berlin, Mr Norris Changes Trains, en luncht
met de elegante schrijver, wit pak, two-toned shoes, in
Den Haag, totaal verbaasd dat deze geest geboren is
in hetzelfde jaar als W’s nu in boze nevels

wegzinkende vader. Vertaalt John Updikes The Music School:
Short Stories, en ontdekt zodoende een haast
lichamelijk schrijven, wandelt later met deze spotvogel

jaargenoot door Amsterdam. Vertaal je ook, vraagt die,
mijn nieuwe boek? En: Ruik ik dat goed, rook je echt nog? En je
vertaalde zelf My Uncle’s Death – over mijn verslaafde oom.

Ik lees je boek, zegt W, het is verwarrend dat de vrijheid
die je beschrijft ook een gevangenis is. Ik zal het zeker
vertalen. Marry Me, wie weet of ik het dan begrijp.

2018


Net als eergisteren en gisteren uit De jongenskamer. Een gedicht zonder raadsels. De dichter, ik schreef het al, is ook vertaler. En hij is bevriend met Rutger Kopland, ook dat meldde ik toen. Die is het die hier wordt bedoeld: een bevriend dichter schreef weemoedig: “Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien aan hun gezichten.”
Dan volgt: Dat heeft W natuurlijk ook wel, maar… Ik denk dat dat niet maar, doch want had moeten zijn. Ook Kopland bedoelt namelijk dat hij de leegte van hun weg-zijn moet invullen met nieuwe gedaanten van zichzelf. En die dankt hij vooral aan hen. Ook dat schreef ik al op, maar dat was niet de afgelopen dagen, maar hier en veel eerder.

Archief 2018