Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 13 - Willem van Toorn: Alsof een mateloos...

vrijdag 06 april 2018

Alsof een mateloos moe beest aan zee,
ver in het westen, uitademt
over de aarde en in diepe zuchten
heimwee aanblaast naar dit binnenland,
jaagt over ons gehucht een warme wind. Mediterraan

zout op de lippen, de essen diep gebogen
over het oude tuinhuis. Kastanjes roffelen
van hun takken gescheurd als wild geweervuur
op het golfplaten dak van een verre schuur. Herfst

alweer. Alweer een herfst met jou
in dit gekozen land. Je moet van tijd
tot tijd onderzoeken wie je bent, en waar

je zijn wilt: ver van het hitsig razen
van wat voor leven doorgaat, in deze dorpse niet
stilte maar rust, mijn lief, met jou en hier

2018


 

Het is gevaarlijk de dichter te vereenzelvigen met zijn ik-persoon, maar in het geval van De jongenskamer van Willem van Toorn (1935) sta ik daar honderd procent voor in. W. is zijn hoofdpersoon, die wordt geboren in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog als zoon van een kleermaker, die vanaf de vroege jaren zestig poëzie en proza schrijft, die Franz Kafka en John Updike vertaalt, die bevriend is met schilders (als Willem den Ouden) en dichters (als Rutger Kopland) en die heeft besloten met zijn geliefde oud te worden in dit gekozen land met Mediterraan zout op de lippen.

Bezweringen heette zijn laatste bundel, uit 2013. Vijf jaar later is er de opvolger, waarin hij terugkeert naar zijn Jongenskamer. Dit met als drijfveer terug te kijken op wie hij was, werd, is geweest en – dat wens ik hem toe – nog lang zal zijn. Daarover gaat bovenstaand gedicht.
Ik zeg in deze rubriek te vaak dat bundels mij tot op het bot raken, maar dit is er zeker (ook?) een van.

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik in Italië. In mijn geliefde dorp – met zout en gelukkig ook veel zoet op de lippen – wil ik Mediterraans landen, zoals ook W. zich heeft voorgenomen.
Ik ben, als we dichter W.en hoofdpersoon W.laten samenvallen, ruim twintig jaar jonger dan hij, maar hoe vroeger ik in de bundel lees, hoe beter ik de verhalen begrijp en hoe later ik erin lees, hoe beter ik mezelf doorgrond.

De komende week sta ik hier alleen maar stil bij Willem van Toorn en zijn prachtbundel.

Archief 2018