Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 13 - Tsead Bruinja: ik hoorde maar niet

donderdag 05 april 2018

het was onze eerste winter hier
elke dag namen wij een hap uit de zon
die anders was dan thuis

kouder zeiden we eerst
schoner zei jij al redelijk snel

en nu weet ik wat je daarmee bedoelde

het goud liep uit de hoeken van onze wijde monden
onze tanden glommen als ze tegen ons spraken
de ramen besloegen met dure adem

totdat jij ’s avonds steeds later
terugkwam van het strand
en ik in het bos achterbleef

ons geluid begon te stinken
de dooi kwam eraan

je kon het ruiken
brak de hut af
liet de jongens uit het dorp
het hout op de kar gooien

als een baken brandde het
‘s nachts op het zand

nu sta ik bij de ijsbaan
straks duik ik met bijl en zaag in het wak
slaap ik met mijn ogen open
onder ijs vonken
en sterren

ik dacht dat wij het zouden redden
ik hoorde maar niet van jou

2018


Gedicht uit de tweede afdeling, met, net als de bundel zelf, als (sub)titel hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok. Gedicht over een liefde die gulzig begon – elke dag namen wij een hap uit de zon –, maar minder sterk blijkt dan gehoopt – jij kwam ’s avonds steeds later terug van het strand – en tenslotte faalt. Ik dacht dat wij het zouden redden. Tja, dat hebben wij bijna allemaal gedacht om vervolgens te constateren dat het helaas niet zo was.

 

Archief 2018