Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 13 - Katelijne Brouwer: De bange man

maandag 02 april 2018

De bange man wil weten, hij graaft naar wat vroeger was
en zoekt houvast in wetenschap. Hoe spijkers de wetten kerfden,
leest hij op halfvergane kleitabletten uit verre oorden,

brokken sommen, verkochte koeien, zakken graan,
nooit in loze woorden, zoveel nieuwe manen, net zoveel dagen
werken voor een heer, meer wil hij lezen, meer.

Alleen gedichten over bijenteelt en de stekelige vlechtheggen
uit de Gallische oorlog kunnen hem bekoren. Poëzie is voor dromers,
niemand wil zijn dromen horen.

Bronnen klaterend als water, getuigen van draken aan de hemel
die verandering voorzeggen, een nieuwe tijd voorspellen,
perkamenten folianten waar opeens een levend mens verschijnt. 

Vergezichten voor mannen zonder hoogtevrees,
watervallen storten naar beneden, rivieren
hollen kloven uit, langzaam maar gestaag,
hij leest in boeken van een leen dat is vergaan,
het bladgoud bladdert weg.

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu?

De bange man wil niet worden verleid door woorden die
hem verder lokken dan zijn nauwe blik bevatten kan. Door taal
die aan de luiken trekt, klapperend nieuwe vergezichten opent,
wappert, stormt.

Hij wil niet, wil wel. Hij vindt troost in nieuwe verzen.
Ten langen leste leest hij over liefde en verlangen.

Die nestas, wat unbidan we nu?

Iemand probeerde zijn pen. Iemand leest.
De bange man leest en begint een nest.|

2018


Als gezegd gaat de derde en laatste afdeling over de dood van haar moeder. Bovenstaand gedicht is uit de eerste afdeling, getiteld Bij Artis ruikt het net als thuis, die handelt over haar kindertijd en haar liefde voor dieren. De bange man leest en begint een nest. Daarmee duidt de dichteres haar oorsprong, want die bange man – het kan niet anders – is haar vader.
Kennen we de Oudnederlandse tekst nog, van omstreeks het jaar 1075? Daar werden de liefdesnesten al gebouwd:
Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve jij en ik. Waar wachten wij nu op? 

 

Archief 2018