Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A-F), 2024-2 (G-K), 2024-3 (L-R) en 2024-4 (S-Z),
2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 11 - Mensje van Keulen: De zwerver

vrijdag 23 maart 2018

Het was op zo’n warme herfstdag
Waarop de zon het groen, vermoeid,
Tot vallen spoed, droogt en verschroeit,
Dat ik aan mijn raam een vreemde zag

Voornaam gezeten als een heer
In een krijt-grijs streepjespak,
Keek eigenwijs, op zijn gemak,
Een oude kater op mij neer

De vacht was vlokkig, hier en daar
Zag je de kale huid: stijf
Droegen de pootjes ’t mager lijf:
Ik schatte ‘m vijftien, zestien jaar

Ben je de weg kwijt naar je huis?
Of was het er soms weer zo een,
Zo’n mens, zo’n slecht mens, die gemeen
Jou in de steek liet, grijze muis?

Terwijl hij aan een bakje eten
Zat (at of hij ’n gepocheerde
Zalm met slagroom had) probeerde
Ik uit te vissen hoe hij heette

Namen, naampjes, in iedere klank:
Hij reageerde nergens op
Toen ’t bakje leeg was, liet zijn kop
Mijn hand een aaitje toe uit dank

Sindsdien kwam hij geregeld aan
En hoe ik hem ook lokte, altijd
Verkoos hij, buikje vol, de vrijheid
Tot hij zijn bakje, vol, liet staan

Ik tilde ‘m op en vlijde binnen
Het grauwe lijfje bij de haard
Ik hoorde ’n reutelend geluid waar ‘t
Motortje anders ging spinnen

Het gure stormweer bracht die dag
Een barre bui: winters verdriet,
Toen ik ’t huis met mand verliet
Waarin ziek Grijsje Muisje lag

De arts beluisterde de longen,
Betastte de benauwde borst,
Vond de oorzaak in ’n kleine korst:
“Hier is de kogel in gedrongen.”

Hoofdschuddend nam hij… Nee, o nee,
Meer zeg ik niet! Ik moet vergeten
Wat ik bij ’t afscheid kreeg te weten:
“Hij was pas één jaar, hooguit twee.”

2018


Ook uit Neerslag van een huwelijk. Dagboek 1977-1979 (zie Logboek vanaf hier).
Mensje van Keulen: Droef en ja, sentimenteel zal het wezen. Ik moet er zelf zowat om huilen, maar dat komt ook omdat het werkelijk gebeurde toen we nog op Kattenburg woonden en dat arme cypertje aan kwam lopen en steeds meer zo in elkaar zat. Wat aan de buitenkant een klein wondje leek, bleek uiteindelijk een kogeltje uit een windbuks dat dieper in zijn borst verwoestend bleek en waar hij dan ook aan stierf. Arm dier. Rotmensen!

Archief 2018