Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 9 - Menno Wigman: Een halve eeuwigheid

dinsdag 06 maart 2018

Allemaal gedaan, je hebt het allemaal gedaan:
verregend in de rij gestaan, schrift na schrift
met tekst bedekt, je hoofd met breuken
afgemat, plees bekrast en passers stukgesmeten.
Strafregels, riep ik, waarom strafregels?

Later. Er was wat hasj, de roes van rood
herinnerde schoolfeesten, mooie zieke meisjes
die je schipbreuk lieten lijden in hun dijen,
zo wild dat je steeds weker ging schrijven.
Strafregels, dacht ik. Toch weer strafregels.

Leeg en verlicht kwam je naar Amsterdam
(en Amsterdam lag open als een vrouw)
en alles wat je schreef werd een gedicht.
Onzin. Dagdroom van een miserabilist.
Strafregels, wist ik. Eeuwig strafregels.

Het jaar is jong en straks zit je een leven lang
te schrijven hoe je leeft (en ik wil niet
dat het aan het eind van deze zin regent.
En ik pen door tot hier wat licht aanbreekt.)
Strafregels. Waarom. Steeds. Die. Straf -

2016


Het boze gedicht waarover ik gisteren sprak. Ik wil niet dat het aan het eind van deze zin regent. Waarnaar en naar wie verwijst de dichter die doorpent tot er hier wat licht aanbreekt, zou ik vragen bij een poëziecollege. Het antwoord? Natuurlijk het slot van De Dapperstraat van J.C. Bloem:

Dit heb ik bij mijzelven overdacht, 
Verregend, op een miezerigen morgen, 
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

 

Archief 2018