Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 6 - Hanneke van Eijken: De adem zingt...

zondag 11 februari 2018

De adem zingt als een mechanisch vogeltje

Met een beetje geluk heb je honderdtwintig minuten tijd
om een gedicht te schrijven
als je peuter slaapt

je roept snel beelden op van steden, exotische dieren of fruit
dat te lang gelegen heeft, maar wat je hoort
is het ritme van zijn adem die zingt
als een goudversierd mechanisch vogeltje
zo’n vogeltje dat Russische tsaren gehad moeten hebben
de adem zoemt door het speakertje
je denkt aan hoe de beentjes als zachte was gevouwen liggen
armpjes in een statische juichkreet boven het hoofd
de billen parmantig in de lucht

het geluid van de adem doet ook denken aan regen, de regen
die je nog kent van toen je door Azië reisde
de regen die in transparante panelen uit de lucht komt zeilen

letters verschijnen op het scherm als vissersboten
in een baai in de ochtend, nadat de fuiken zijn leeggehaald
de smalle zonen met hun vaders op het dek staan klaar
met touwen om aan te meren
op het strand wachten moeders met manden, de tijd is een deur

die open staat en waar je door naar buiten stapt, de regen in
de loden ochtend aan een verre kust en je telt de sproeten
op je arm, letters
op een leeg vel die alleen te zien zijn in het juiste licht

2018


Kozijnen van krijt is de tweede bundel van jurist, wetenschapper (Europees recht) en dichter Hanneke van Eijken (1981). Een bundel over, zo meldt de achterkant, de verhoudingen tussen mens, tijd en natuur. Ze onderzoekt of we geluk kunnen vasthouden, laten stollen in de tijd. Hoe bezweer je onheil dat voortdurend op de loer ligt?

In dat spanningsveld tussen persoonlijk geluk vasthouden en maatschappelijk onheil bezweren schuilt de kracht van deze bundel. Een gedicht over de vader van het kind zou, als je nog eens leest, ook kunnen gaan over vluchtelingen die met een boot de oversteek wagen. En als we kort na elkaar de titels Parijs en Brussel tegenkomen, beseffen we meteen dat die gedichten niet handelen over familie-uitstapjes, maar over de terroristische aanslagen, respectievelijk november 2015 en maart 2016 en het optimisme over de wijze waarop het individu zich daarna altijd weer opricht en over hoe moeders hun kinderen zullen blijven voorbereiden op de stap van de veilige binnen- naar de complexe buitenwereld. Daarover morgen meer.

Archief 2018