Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - J.H. van Geemert: Vader en zoon

zondag 28 januari 2018

Van vader kende ik
                    de schouders
   en zijn handen.
Soms wil mij de afgelopen
   vijfentwintig jaar, ook wel
         de bril te binnen schieten,
zijn stem, zijn hoest,
                    zijn dood.
Van meisjes ooit
   hoor ik hoe veel ik op hem lijk:
bijna hij, bijna.
 
2017


Er verschenen vijf (niet meer verkrijgbare) poëziebundels, meldt de achterkant. Van het bestaan van die vijf wist ik niet en dat ze niet meer verkrijgbaar zijn, vind ik jammer, want de bundel Krekeldoof en andere gedichten van J.H. (Ko) van Geeemert (1950) doet naar meer van zijn werk verlangen.
Bovenstaand gedicht komt uit het tweede hoofdstuk, dat bestaat uit treffende familiegedichten. Geen woord te veel of te weinig. Van meisjes ooit hoor ik… Mooi. 

 

Archief 2018