Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 3 - Remco Campert: Twijfel

woensdag 24 januari 2018

Wind stormt om het huis
soms twijfelt ze aan mijn liefde
het is waar
ik zit opgesloten in mezelf
reik weinig naar buiten
een onmogelijk mens
eens een eenzaam kind
mijn liefde is groot
maar wil er vaak niet uit
bang voor verwondering
hou je nog van me vraag ik
ja zegt ze
maar…

2018


Wil er vaak niet uit is ook van toepassing op het lezen van de nieuwe bundel (zie ook hier en hier) van Remco Campert. Het is ook moeilijk kiezen voor deze rubriek, want bijna elke gedicht uit Open ogen leent zich ervoor overgetikt te worden.

Een terzijde. Loop, lieve lezer, eens langs het pand van Uitgeverij De Bezige Bij in de Van Miereveldstraat (nummer 1) in Amsterdam-Zuid. Op de zijgevel staat sinds een half jaar een van de gedichten uit de cyclus Iemand stelt de vraag (1970). Namelijk:

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.


Van Wikipedia:
De geschiedenis van De Bezige Bij en Remco Campert zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jan Campert (1902 – 1943), de vader van Remco Campert (1929), schreef het iconische verzetsgedicht Het Lied der Achttien Dooden. Het was de eerste uitgave van de verzetsuitgeverij De Bezige Bij. Oprichter Geert Lubberhuizen maakte een rijmprent van dit gedicht dat ten bate van de verzetsactiviteiten clandestien werd verkocht en verspreid.

Na de oorlog, in 1947, bracht koningin Wilhelmina een bezoek aan de uitgeverij, die inmiddels zetelde in de Van Miereveldstraat te Amsterdam. Zij sprak de 17-jarige Remco Campert aan, die toen net zijn eerste gedichten had gepubliceerd, met de woorden: ‘Zo, dus u gaat in de voetsporen van uw vader treden?’, waarop Campert, denkend aan de vroegtijdige dood van zijn vader, antwoordde: ‘Ik hoop het niet, mevrouw’.

Toch publiceerde hij in 1952 zijn eerste bundel. Bij… De Bezige Bij. Dat is inmiddels 65 jaar geleden.

 

Archief 2018