Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 2 - Yannick Dangre: Omran Daqneesh

dinsdag 16 januari 2018



Daar zit ik dan, vijf jaar
en mijn gezicht vol gruis en grenzen
waar elke Amerikaan en Rus om vecht
boven mijn pet. Elke dag denk ik hen
in stilte omver.

Daar zit ik dan, vijf jaar
aan verschrikking in mijn ribben geschroefd,
maar ik kijk er niet meer van op,
het zijn anderen die staren naar mijn spijt
omdat ik na drie dagen uit hun hersens verdwijn.

Toch zit ik daar nog steeds te kijken, voel ik
hoe bommenwerpers warm en koud blazen
in mijn hart, hoe regeringsleiders hetzelfde doen
en miljoenen mensen vluchten
uit mijn hoofd.

Zo blijf ik ter plaatse trappelen
in een kalme ambulance; ik wacht
al vijf jaar en in vijf miljard huiskamers
zit ik dagenlang kapotte dromen uit.

2017


Door de titel weet je al meteen over wie het gedicht gaat: het met gruis bedekte bloedende Syrische jongetje dat wezenloos voor zich uitstaart in een ambulance in Aleppo. Het gedicht komt uit Nacht en Navel, de derde poëziebundel van de Vlaamse dichter Yannick Dangre (1987). De tweede afdeling opent met bovenstaand gedicht en is getiteld Moi je m’appelle (oftewel: mijn naam is). Zij voert terroristen (Salah Abdeslam, Mohamed Bouhlel…), presidenten Bashar Al-Assad, Francois Hollande…) en zelfs Allah sprekend op. De laatste: Ik zit thuis en word er zo moe van, dat eeuwige gekrakeel en geïnterpreteer van mijn naam…

 

Archief 2018