Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 0 - Rozalie Hirs: Man bites dog

zaterdag 06 januari 2018

Het eerste dode dier dat
ik vond als kind
was een verkreukelde vlinder - 
onder een steen.

Een pakje liet ik altijd ongeopend
tot mijn moeder na dagen van
waanzin het papier eraf griste en
me het cadeau toesmeet.

Ik heb lief en sla dood
met dezelfde warme ziel - 
op mijn rug staan vele
ongeldige namen - 

gezegd en weggeschreven door
de hete naald.
Voor iedere letter heb
ik betaald met het eiland

van mijn daad.
De sleutels komen met steeds langere
tussenpozen - 
zij zijn opgehouden

met praten - 
de ruit beslaat van de hitte.
Ik brand levenstraag tussen
kille muren.

1998


Ik kocht Verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs. Dacht te maken te hebben met het debuut van een jonge Vlaamse dichteres. Maar Hirs – behalve dichteres ook componiste – is in 1965 in Gouda geboren en publiceerde al vijf bundels. Bovenstaand gedicht komt uit haar debuut, Locus, verschenen in 1998. Het is, zoals meer gedichten in die bundel, geïnspireerd door een film. In dit geval de Belgische film C’est arrivé près de chez vous (letterlijk: het is dicht bij u gebeurd), uit 1992, ook bekend als Man bites dog. Daarin volgen documentairemakers een seriemoordenaar en raken steeds meer verstrikt in zijn geweld; zelfs van toeschouwers tot medeplegers.
Morgen over die nieuwe bundel.

Archief 2018