Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 49 - Jaap Harten: Metafysisch moment een leven lang

zaterdag 09 december 2017

Dronken en driftig van doem
loop ik ’s avonds door den haag
een ober vraagt: klopt er iets niet, meneer?
er klopt te weinig om het wie dan ook te zeggen
mijn dierbaarste dichter is ziek, toch schrijft
tekent en schildert hij zich boven wolken uit
‘ontaard blijven we, schoon nog niet
aan de aarde ontstegen, ook al
geven onze hemelse klanken gouden vleugels’
dat schreef hij me op 10 mei 1992
en: ‘ik ben blij dat mijn werk
je nog steeds wat blijft zeggen’
het gekste understatement na
veertig jaar vriendschap met luchtmens lucebert
‘er is een mooie rode draad gebroken in de ochtend’
zijn gouden vleugels hangen in de lucht voorgoed

1995


14 oktober van dit jaar overleed kunstschilder Oskar Lens (1930); anderhalve maand later stierf de auteur met wie Lens zowat zijn hele leven samenleefde, jaap Harten (1930).
Harten debuteerde in 1954 met poëzie; in latere jaren kwam er proza bij. Jaap Harten: 
Ik ben begonnen als dichter. Proza was voor mij iets van de tweede rang. Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik niet buiten die magische cirkel van de poëzie moest komen. Op een bepaald moment merk je dat je in de poëzie vrij veel gezegd hebt. Er is een lyrische piek en als die voorbij is, krijg je òf zelfherhaling òf proza.

In 2011 bezorgde Hans Renders de driedelige uitgave met Hartens Verzameld werk: één bundel poëzie en twee bundels proza. Maar, zo meldt de achterkant van de cassette (en ook, nogal overbodig, de achterkant van elk deel):
Hans Renders las het werk van Harten, zo’n twintig boeken, en stelde er zijn keuze uit samen. Hij is ruimhartig maar ook onorthodox te werk gegaan. Als een sampelende Junkie XL haalde hij uit dit rijke reservoir wat hem van pas kwam. Gedichten werden geselecteerd en de roman Madame Tussaud in Berchtesgaden (1972) werd van een omvangrijke roman teruggebracht tot een mooie faction-novelle. Met deze bewerking van een kritisch liefhebber staat dit oeuvre er weer fris bij.

 
Alle keren dat ik dit las en de titel Verzameld werk zag staan, vond ik dit geen compliment voor Jaap Harten: twintig boeken teruggeschrapt tot drie. Hopelijk heeft hij er zelf anders over gedacht.

Bovenstaand vers is het slotgedicht uit het poëziedeel, afkomstig uit Hartens laatste bundel, getiteld Nadruk verboden (1995). Een ode aan mijn dierbaarste dichter, luchtmens Lucebert (1924-1994), ter herinnering aan veertig jaar vriendschap.

Archief 2017