Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 49 - Kees Stip: Het Hanengeschrei

dinsdag 05 december 2017

Ik heb haar gezoend in het Hanengeschrei
bij de automaat aan de Choorstraat
terwijl ze garnalencroquetjes at
of wat daar gewoonlijk voor doorgaat

Er glommen lichtjes op haar lip
van een eenzame oude lantaren.
In de verte knarste de Zeistertram
en de avondwind woei door haar haren.

Ik zei tegen haar: ‘Doe die lichtjes uit,
anders sta ik niet meer voor mezelf in’.
En toen ze weer aangingen zette de Dom
het voorspel van kwart over elf in.

Voor deze zoen mag de duivel mijn ziel
en mijn lichaam de schillenboer halen.
Ik proefde de eeuwige zaligheid
en een klein beetje ook de garnalen.

1992


Nog een juweeltje uit Stad van zachte idioten. De zoen in het Hanengeschrei was de titel van de bundel in de serie Een letterkundige wandeling – deze keer die door Utrecht. Het Hanengeschrei, zo leert die uitgave, is een steeg in het stadscentrum, tussen de Vismarkt en de Choorstraat in het verlengde van de Steenweg.
In de slotstrofe pakt Kees Stip  (1913-2001) dubbel uit: de duivel haalt zijn ziel, de schillenboer zijn lichaam, maar natuurlijk vooral die terugkerende garnalen.

Archief 2017