Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 48 - Drs. P: Dijklied

dinsdag 28 november 2017

[Drs. P: Het dijklied, 1957]
[Peter Blanker: Het dijklied, 1998]

Vol van weemoed dwaal ik langs de straten
Waar ik vroeger bij herhaling kwam
Om mij heen ligt, somber en verlaten
Het verwoeste deel van Rotterdam
Ach, hoe droevig wordt het mij te moede
Als ik naar die open vlakte kijk
Op deez' plek begint mijn hart te bloeden
Want hier was eens de Schiedamschedijk

Waar eens het bier en de jenever vloeiden
Wordt mijn oog geen druppel thans gewaar
Waar eenmaal de prostitutie bloeide
Komt geen hond, laat staan een mens nog klaar
Waar de Alc. stond en de Rode Molen
North American en Wilson Bar
Ligt een troosteloze serie holen
Langs de huizenkant van het trottoir

In mijn eenzaamheid loop ik te dromen
Komt hier ooit nog leven en muziek
Zal hier ooit nog dorado komen
Van vermaak, van drank en erotiek
Vele uren heb ik hier gezeten
Vele centen heb ik hier verklooid
Ook al word ik gammel en versleten
De Schiedamschedijk vergeet ik nooit

1957


Nog een lied van die prachtige uitgave: Het Rotterdams Passé van Drs. P, met 21 van zijn Rotterdamse liederen.

De Schiedamschedijk is vóór de Tweede Wereldoorlog een gebied vol met kroegen en bordelen. Het bombardement op 14 mei 1940 vernietigt het hele gebied.

Samensteller Roland Vonk:
Aan het begin van de vorige eeuw gingen passagierende zeelui vooral naar de zogeheten Zandstraatbuurt. Maar vanaf 1912 werd die hele wijk met al z’n kroegen en bordelen gesloopt voor de bouw van het Rotterdamse stadhuis. De feestvreugde verplaatste zich naar de Schiedamschedijk even verderop, in de volksmond ook wel de Dijk genoemd. Een straat waar talloze cafés openden en waar twee legendarisch geworden uitgaansgelegenheden een gevarieerd muzikaal programma boden: de Cosmopoliet en de Alcezar, vaak afgekort tot de Cos en de Alc (ook hierboven, fv).

Roland Vonk schreef vier jaar terug in een artikel dat er twee versies van het lied zijn: de gekuiste, waarop Drs. P in de vierde regel van de tweede strofe zingt: Loopt geen hond, laat staan een mens gevaar. En de hierboven geciteerde oorspronkelijke tekst, in 1998 gezongen door Peter Blanker, met als vierde regel van de tweede strofe: Komt geen hond, laat staan een mens nog klaar. Ook Blankers versie staat op deze pracht-cd. En bovenaan deze pagina verwijs ik naar beide versies.

Verbaast me dat Vonk nu met geen woord meer rept over die (zelf)censuur. Ook de verwijzing naar de oorspronkelijke compositie – Blinde oogen van Willy Derby  (1930) – mis ik.

 

Archief 2017