Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 46 - Mark Insingel: Als ik niet bang was

dinsdag 14 november 2017

“Als ik niet bang was
zou ik het durven.
Als ik het zou durven
zou ik slagen.
Als ik zou slagen,
zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
zou ik het willen.
Als ik het zou willen
zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
zou ik slagen.
Als ik zou slagen
zou ik het durven.
Als ik het zou durven
dan was ik niet bang.”

1994


We waren via Das Magazin gebleven bij Extaze – literaire tijdschriften waarop ik geabonneerd ben. Natuurlijk moet ik ook Awater noemen – kwartaalblad met, maar vooral óver poëzie.



Vaste rubriek: opvallende debutanten interviewen hun voorbeeld. In het nummer van najaar 2017 spreekt Joost Baars (zie hier) met Mark Insingel (zie nog nergens). Bovenstaand gedicht kwam ter sprake:

Joost Baars: Dat is het eerste gedicht dat ik van je las. Het is indringend en grappig tegelijk.
Mark Insingel: Ja, jij voelt dat aan. En zo is het toch ook, zoals in dit gedicht? Wie dat niet aanvoelt, kan beter gaan boksen.
Joost Baars: De angel van dit gedicht zit, zoals bij bijna alle gedichten […], in zijn oneindigheid. Want je kunt aan het einde van het gedicht weer van voor af aan beginnen. Het toont dat durven een onvoorwaardelijke, singuliere daad is, iets wat je niet van andere zaken kunt laten afhangen. Zou je een goede reden hebben om te durven, zou het geen durven zijn, maar een berekende gok. Je moet het ook durven lezen, durven inbreken in de volmaakte en gesloten singel die het gedicht is. Om er een lezer van te worden, moet je zijn oneindigheid schenden door te beginnen met lezen. En wie een begin maakt, maakt ook een einde. Zo brengt een Insingel-lezer altijd zijn eindigheid mee het gedicht in en vraagt het gedicht die lezer dus om zich daarmee te verzoenen. In plaats van ertegen te boksen.

De druiven die te hoog hangen is de titel van de bundel waaruit het gedicht komt dat hierboven staat afgedrukt en waarover door de dichters wordt gesproken. Als ik niet bang was… vind ik persoonlijk geen sterk gedicht. Het is zo voorspelbaar: meteen als het begonnen is, vermoed je hoe dit taalspel eindigt. Niet voor niets dat je het tegenkomt op poëzieposters en op muren van bibliotheken en klaslokalen Nederlands. Snack voor de beginnende en gehaaste poëzielezer. Maar toch… die bundel (uit 1994) koester ik wel. Vanwege andere gedichten dus.

Morgen meer!    

Archief 2017