Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 45 - Anton Korteweg: Tussen haar schonken

dinsdag 07 november 2017

Zacht branden van Jan Engelman, mij aangereikt
door mijn professor, had ik graag een pracht-
gedicht gevonden, met die zacht brandende lenden,
die om haar leest verzamelde handen en vooral
die stameling bij ’t huwen – daardoor kreeg de daad
verhoopte diepgang, kwam niet voort uit geilheid,
maar uit devotie voor de schoonheid van de vrouw.

Het lukte niet. Onverhoopt schoot tijdens college
ineens het beeld mijn hoofd in van zijn echtgenote
die onlangs ons studenten in hun lommerrijke tuin
geruitrokt, met kuiten, schommelend, van thee
en lange vingers had voorzien. Hoe zat dat nou
tussen haar schonken met de hooggeleerde?

Later kwam ik hem nog eens tegen in de trein,
achter zijn krant verdiept in een blootblad.

2017


Nog één keer terug naar de nieuwe bundel (zie ook hier en hier) van Anton Korteweg. Jan Engelman (1900-1972) is natuurlijk de dichter van het beroemde gedicht Vera Janacopoulos. En van de omstreden bundel Tuin van Eros, uit 1933. Aan regels als Haar schoot geurde wild als zo menig uur waren de katholieke critici 85 jaar geleden nog niet toe.
Ook het gedicht Zacht branden, afkomstig uit die bundel, was natuurlijk ‘erotisch’. Maar Korteweg had de dichter en zijn geruitrokte echtgenote samen gezien toen ze ons studenten in hun lommerrijke tuin […] van thee en lange vingers had voorzien. Hij kon zich voortaan geen erotiek meer bij het paar voorstellen: Hoe zat dat nou tussen haar schonken met de hooggeleerde? 
Hierboven zijn herinnering aan Zacht branden, mij aangereikt door mijn professor; hieronder Engelmans Zacht branden, u in deze rubriek aangereikt door mij. 
 

Zacht branden

Zacht branden van de teedre lendeneen wiegeling, een wit satijn
aan mijne handen, de gewenden,
die met haar leest verzameld zijn

tot énen slag en in het stuwen
des bloeds niet laten van hun wit.
Die stem, die stameling bij 't huwen:
wie zijt gij? - En het diepst bezit

de tweelingster, haar ogen, weergevonden
in de golven en het nachtstruweel
der haren, stromende ontbonden
op dezen schouder en haar prille keel.

1933



 
Achterflap Tuin van Eros:
"Natuurlijk staat de bundel in Verzamelde gedichten. Maar een bundel
die zozeer een begrip is, moet ook los verkrijgbaar zijn..."

Archief 2017