Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 45 - Herman De Coninck: An (1971)

woensdag 08 november 2017

Verliezen lukt beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.

Die lag naast de auto op de grond. Eerst vond
ik hem, het was een nieuwe, dan jou.
Dank zij die bril kan ik je nog steeds zien.
Na een eeuwigheid, misschien

een minuut of twee, wees een vrouw naar het gras:
kijk, een kindje. Oja, dat hadden we ook nog. Snel mond
op mond. Tom gillen als vermoord. Dat leek me gezond.

Pas toen besefte ik hoe stil het voordien was.
Ik dacht: zal ik eens proberen te huilen?
Het lukte. Dat kwam de volgende dagen goed van pas.

1994


[Zie ook hier.]

Thomas Eyskens in Toen met een lijst van nu errond. Biografie Herman de Coninck:

De volgende dag (zaterdag 25 september 1971, fv) wilden Herman en An naar een feestje in een gekraakte hoeve nabij Kampenhout-Sas. Tomas (geboren 16 juni 1970, fv) brachten ze naar een van de grootouders in Mechelen. Het was rond acht uur ’s avonds. De schemering had ingezet en Herman ontstak de lichten van zijn R-4. Toen ze halverwege tussen Leuven en Mechelen waren, zagen ze in de verte op hun rijstrook een tegenligger aankomen. Herman twijfelde wat hij moest doen. Hij bleef rechts rijden, in de hoop dat de spookrijder tijdig terug naar zijn eigen rijstrook zou keren. Maar dat gebeurde niet. Herman gooide het stuur om, maar te laat. De andere auto knalde recht op hen in. An en Tomas, die op haar schoot zat, werden uit de auto geslingerd. […]
Het was meteen duidelijk dat An er heel erg aan toe was. Tomas lag meters ver ergens in de berm. Ze vonden hem pas enkele minuten later terug. Tomas en An werden in allerijl afgevoerd naar het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis in Mechelen. Herman bleef ter plaats verweesd achter. “Zij lag naast de weg te sterven en ik heb haar per ambulance alleen later vertrekken naar de kliniek, zij lag toch in coma en ik was met de rijkswacht al bezig mijn later proces te winnen. Dat neem ik mezelf nog steeds kwalijk”, schreef hij later. Diezelfde avond overleed An in het ziekenhuis. Tomas had overal breuken. De dokters dachten dat hij het niet zou overleven. Herman kwam er met lichte verwondingen van af, net als de man die het ongeluk veroorzaakte. Hij bleek op een receptie te diep in het glas te hebben gekeken. […]

Op donderdag 30 september 1971 werd onder grote belangstelling in de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk de uitvaart van An Somers gehouden. Talrijke familieleden, vrienden en kennissen woonden haar afscheid bij. […]

Sien Diels, actrice bij het Mechels Miniatuurtheater, las op Hermans verzoek zijn gedicht Ik zie je nog altijd liggen. Herman was zelf niet in staat het woord te nemen:

Ik zie je nog altijd liggen, je vingers
smal en paars als asperges,
deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn
die je altijd al wel had,
een streepje gestold bloed uit je mond:
niks-zeggen was ook vroeger jouw manier
van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar
je ogen, kom, ik zal je helpen -

dit is al wat ik nog kan doen:
dit niet-meer-weten-wat-zeggen
en het zeggen


 
Beide gedichten zijn ook te vinden in de nieuwe uitgave van de verzamelde gedichten (1e druk 1998), die gelijktijdig met de biografie verscheen.
 

 

Archief 2017