Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 43 - Raymond van het Groenewoud: Twee...

vrijdag 27 oktober 2017

[Beluister hier]

Twee meisjes

Twee meisjes op het strand
ze lezen modebladen
ze kijken in het rond
ze dromen van een prins

Ze zoeken in hun tas
ze wijzen naar de foto’s
ze schudden met hun haar
ze praten met een vriend

Twee meisjes op een plank
gedragen door de golven
het branden van de zon
de wijzers houden op

De dag brengt ouderdom
de nacht brengt vreemde uren
het deken is zo zwaar
een bladzijde slaat om

1995


Het beroemdste lied van Raymond van het Groenewoud, waarover hij zelf ooit zei: "Daar ben ik heel gelukkig mee. Tekst en muziek kloppen.”
De piano, die Raymond van het Groenewoud zelf bespeelt, formuleert het thema. De akkoorden zijn licht als zandkorrels die even worden opgenomen door de wind, de stem van Raymond ademt de rust van de aanrollende zee op een zomerdag. […]
Hoe oud zullen die meisjes zijn? Zestien, zeventien? Zoiets. Ze hebben nog hun dromen, grote verwachtingen van het leven. Ze dromen van een prins. Ze zijn onbezorgd. De jeugd hangt ze aan. […]
Dan is er de omslag. De zanger-schrijver die dit alles aanziet en die beseft dat De dag ouderdom en de nacht vreemde uren brengt. […]
Het kan bijna niet anders dan dat de twee onbezorgde tienermeisjes hem duidelijk maken dan zijn tijd, zijn leven misschien wel, bijna voorbij is. Het is een benauwende gedachte, opgehangen aan een weemoedig stemmend, betoverend beeld dat steeds terugkomt…

Nee, wat hierboven staat, is geen tekst van mij en vaste lezers van deze rubriek zien dat onmiddellijk. Het zijn de woorden van Frits Spits. Zij is afkomstig uit De Standaard van Spits II, het tweede deel van zijn persoonlijke keuze van en beschrijvingen bij de mooiste Nederlandstalige liedjes.


 

Raymond van het Groenewoud kwam nog niet aan bod in mijn rubriek en alleen dat zou al een goede reden zijn. Maar… vanochtend was ik te gast in De Taalstaat (zie hier) en voorafgaand aan de uitzending sprak ik met die aardige en erudiete radioman over zijn boek en met name over dit lied en zijn toelichting.


 

Archief 2017