Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 42 - Jan Wolkers: Mijn eerste meisje...

zaterdag 21 oktober 2017

Mijn eerste meisje was zo lieflijk als een fee
Ik nam haar op een keer mee naar mijn atelier
Ik dacht, een schilder die nog nooit een naakt geschilderd heeft
Kan amper zeggen dat hij heeft geleefd
Ik kuste haar de kleren van het ranke lijf
Mijn lippen werden ruw van 't onderzoeken
Bepaalde onderdelen van mijn lichaam werden stijf
Ik frommelde een vlezig slap ding
Keihard uit de doeken
Ze zei, het deed maar even pijn
Maar toen je doorging vond ik 't vreemd en fijn

2005


Een groot dichter was Jan Wolkers niet. Dat wist hij zelf ook wel en zijn poëtisch oeuvre is dan ook maar klein. Zijn Verzamelde gedichten (1943-2007) beslaan nauwelijks honderd pagina's.
Jan Wolkers was groots in het beschrijven van details tot een wervelend geheel; een gedicht is nu juist het geheel terugbrengen door er één aspect uit te lichten.

Ook bovenstaand gedicht is niet bijzonder. Ik koos het alleen maar vanwege de maatschappelijke discussie waarin de literaire gebeurtenis van het jaar - het verschijnen van Wolkers' prachtbiografie - deze week werd meegezogen. Zie hier.  

 

Archief 2017