Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 42 - Freek de Jonge: De vondeling van Ameland

zondag 15 oktober 2017

Zie en beluister hier: componist Boudewijn de Groot
Zie en beluister hier: auteur Freek de Jonge

Op het strand van Ameland  was hij als zuigeling aangespoeld,
overboord gegooid, op een reddingsboei gebonden.
Hij had zich op de golven als in de baarmoeder gevoeld
en schreeuwde - tot hij door een jutter werd gevonden.

Ameland sprak schande van de jutter:
een zonderling die leefde van de wind,
die al de raarste dingen had gevonden -
hoe kwam die jutter nu weer aan dat kind?
Als hij er daags op uit ging om te jutten,
moest de vondeling altijd met hem mee
en toen die na een jaar begon te praten,
was zijn eerste woordje: "Zee."

Op het srand van Ameland speelde de kleuter jarenlang;
de jutter was zijn meester, die hem wijze lessen leerde.
Hij stond wijdbeens in het zand, was voor de woeste zee niet bang
en scheeuwde net zo lang tot de vloed zich keerde.

Ameland sprak schande van de kleuter:
de vondeling die schreeuwde als de wind.
Hoe was het in vredesnaam toch mogelijk
dat de zee zich terugtrok voor een kind?
Wat hij riep, zou niemand kunnen zeggen:
dat was uit de verte moeilijk te verstaan.
En toen ze het de jutter vroegen, zei die:
"Volgens mij roept hij: Ik kom eraan!

Ik kom eraan; ik kom eraan!
Zee, wind, zon, oceaan -
ik kom eraan!"

Op het strand van Ameland stond hij als knaap in de avondzon.
Hij zei geen woord,  begon zich langzaam uit te kleden.
De vloed kwam hem tegemoet; hij zag alleen de horzion.
Nog eenmaal draaide hij zich om, liep toen de zee in.

Ameland sprak schande van de jongen:
die naakte zonderlinge vondeling.
Men had zich bovenop het duin verzameld,
omdat men voelde dat er iets gebeuren ging.
En toen begon hij plotseling te schreeuwen.
Zo hard dat het tot aan de duinen klonk.
Nog even zagen ze hem op het water lopen,
voor hij in de diepte zakte en verdronk.

Ik kom eraan; ik kom eraan!
Zee, wind, zon, oceaan,
ik kom eraan!

Zie hier.
En zie hier.
En hier.


Archief 2017