Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 40 - Kees van Kooten: De Noorderzon scheen

zaterdag 07 oktober 2017

Beluister hier: Conny Vandenbos (1976)

Toen hij de deur dichtdeed
met 't paspoort in zijn jas,
had zij totaal geen weet
en stond de snelkookpan op 't gas;
ze zouden zo gaan eten, 
de vier placemats lagen klaar,
daar stonden oude auto's op,
maar hij droeg halflang haar.

Ze hadden het zo goed,
ze hoefden niets te laten staan,
hij deed iets in computers,
dus dat was een prima baan;
plus twee gezonde kinderen
en financieel nooit klem,
hun dochter leek zo leuk op haar,
het jongetje op hem.

Maar hij verdween,
nergens heen;
't was op een maandag
toen hij verdween,
nergens heen,
de Noorderzon scheen.

Hij kreeg die drang wel vaker
en dan ging hij, onder 't mom
van even met de hond uit,
soms wel negen straatjes om.
Wanneer hij nuchter thuiskwam,
dan lag zij alvast in bed,
ze vreeën zich tevreden
of hij nam een slaaptablet.

Maar deze maandag hing er
iets meeslepends in de lucht:
het kroop bij hem naar binnen
en het joeg hem op de vlucht
voor 't Geluk en voor de Zekerheid
en voor hun Oude Dag -
hij wou een ander leven,
dat niet uitgestippeld lag.

En hij verdween,
nergens heen;
't was op een maandag
toen hij verdween,
nergens heen,
de Noorderzon scheen.

De hele weg naar Schiphol
had hij ogen in zijn rug,
die negen jaren huwelijk -
hij keek er vreemd op terug;
hij was al half een ander
en die ander zou wel zien -
op IJsland of in Canada,
hij had een mille of tien.

Hij voelde zich zo'n twintig,
weer opnieuw alleen van huis -
de plastic beker koffie
smaakte half zo goed als thuis.
En hij vond een wollen wantje 
van zijn zoontje in zijn zak,
toen scheelde 't even weinig
of hij huilde en hij brak.

Maar hij verdween,
nergens heen;
't was op een maandag
toen hij verdween,
nergens heen,
de Noorderzon scheen.

1976


Karrevrachten pennevruchten biedt een vol jaar leesvoer voor 2 à 3 personen, meldt de achterkant van deze eigen selectie van niet eerder gebundeld werk van Kees van Kooten. Dat had ik ook al geconstateerd, dus bleef het die eerste avond bij wat bladeren door dit prachtboek. En toen stuitte ik op dit lied, dat in 1976 - ik was twintig - zo in mijn hoofd is gaan zitten dat ik de melodie er meteen weer bij hoorde en de tekst zojuist kon overtikken zonder ook maar één keer het boek te raadplegen. Hoe kan dat?

Dat Kees van Kooten -
Clichéman en de andere helft van De Bie - een lied van Michel Delpech (Ce lundi-là) vertaalde, was op zichzelf al bijzonder en de enige reden om de grammofoonplaat Zo wil ik leven van Conny Vandenbos te kopen. Onze lat legden wij immers bij Hans van Deventer, Jaap Fischer, Hugo Raspoet en Kor Van der Goten en niet bij de zangeres van Een roosje, m'n roosje

Maar er was meer. Die intrigerende zin:
de vier placemats lagen klaar, daar stonden oude auto's op, maar hij droeg halflang haar. Hij voelde zich al lang niet thuis tussen haar berusting en zijn verlangen, zo weet je al meteen. En dus nam hij afstand; eerst negen straatjes om en nu de hele weg naar Schiphol. Hij heeft er zelfs voor gespaard: een mille of tien... Wat gaf dat opeens te denken aan iemand die dacht dat de hele wereld zorgeloos aan zijn voeten lag...

We blijven de komende dagen even bij dit geweldige boek, neem ik mij voor. 




 

Archief 2017