Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 39 - Hans Tentije: Al met al

vrijdag 29 september 2017

De seizoenen keren telkens terug, zei ze, maar wat gebeurt er
met de jaren?

hoe verder je ze achter je laat, des te moeilijker
blijken ze van elkaar
te onderscheiden, de tijd die rest
is al aangebroken

een dromer als jij oriënteert zich het liefst
op de wolken, op hun onverwisselbare, veranderlijke
gedaanten, terwijl de herfstwind
kopzorgen en hersenspinsels verjaagt
en van weemoed de essence
meevoert

toch kan het de slepende, aardse schaduwen
niet negeren, het rusteloze gevoel niet
wegnemen, het veelbetekenende noch het simpelste
louter aan toevalligheden overlaten

er zijn rozen die door de eerste nachtvorst
heen bloeien en pas met het vallen
van de sneeuw verwelken - in de leegte van zulk uitgebleekt
licht vind je, wie weet, de weg
naar vergeten of vergeefs herinnerde
gebeurtenissen terug

vervormd wellicht maar nog net thuis te brengen - 
ook het verleden is niet te voorspellen

zo onachterhaalbaar als de dagen vanzelf
in de vorige overgingen wanneer je 's ochtends tegelijk
met de slaap een paar droombeelden
uit je ogen wreef, beseffend dat wat je ontglipte
je steeds weer, iedere keer
anders, ontschoot

we bestaan bij de gratie van herhalingen
die zich nooit volstrekt identiek
voordoen en van onthullingen, te eenmalig bijna
om waar te kunnen zijn

vroegere adressen en maar zelden
enigerlei nagezonden post

zouden alle verlaten, zonder haast voortlevende vertrekken
zich ons, de in kleren, in kleerscheuren
achtergebleven geuren heugen, de klank, cadans
van onze stemmen, het ritselende
gebladerte voor de wijdopen ramen dat we gewoon
ons lover noemden

en de straten, de portalen, hebben zij soms
ondertussen de echo's van onze voetstappen bewaard
als ze niet weten konden
waartoe die moesten leiden?

langzaam kruipt de schemer uit het dal omhoog
en lijkt even op de nevel boven de rivier
te drijven, verliest zich dan in duisternis en onbegrepener
mysteriën - er is niets
uiteindelijk dat je verlangen
stillen kan

alsof landschappen, zeeën en buitenwijken
van steden een antwoord weten
speuren je wolkenluchten de horizon
ononderbroken af

maar onder geen beding zullen eerdere plekken
nog met hun ogenblikken samenvallen -

2016



Vaak plaats ik in een bijdrage van deze rubriek een fotootje met alle boeken van de dichter 
in de collectie van Frank Verhallen. Bij Hans Tentije (1944) zou het een leeg beeld zijn geweest, want er staat niets van hem in mijn rijkgevulde boekenkasten. Dat zegt meer over mij dan over hem, de kersverse winnaar van de Constantijn Huygens-prijs. Maar wat het dan over mij zegt, weet ik niet, behalve dat ik mij nooit goed in hem en zijn toch al zo'n twintig dichtbundels grote oeuvre heb verdiept. Geen afkeer, geen desinteresse - in tegenstelling tot honderden van zijn collega's gewoon aan mij voorbijgegaan. Ik schaam mij diep.

De toekenning van die prijs was de reden om zijn laatste bundel, getiteld
Om en nabij (2016), te kopen en inmiddels ook Hoe het komt. Gedichten 1994-2010. Mooie poëzie! Hij doet mij vaak denken aan Gerrit Kouwenaar (zie hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier), al is Tentijes poëzie minder hermetisch, niet zo gesloten. Beelden uit bovenstaand gedicht en al helemaal het gedachtestreepje aan het slot ervan zijn zelfs rechtstreekse verwijzingen naar Kouwenaar, aan wiens nagedachtenis hij een ander gedicht opdraagt, Dat is voor een later moment.

Archief 2017