Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 38 - Rob Chrispijn: Uitzicht op zee

zaterdag 23 september 2017

Beluister hier: Herman van Veen (live, 1979)
Beluister hier: Herman van Veen (studio, 1978)

In een vreselijke vlaag van verstandsverbijstering
belde ik je op.
Jij zei: "O, hallo"
en: "Hoe gaat het er nou mee?"
Ik sloeg me voor mijn kop.
Was ik maar verkeerd verbonden;
sloeg de bliksem maar bij jou in.
Na al die jaren nog hetzelfde:
voel ik weer die tegenzin.

Jij had ogen met uitzicht op zee.
Voor de rest had je weinig gebreken.
Jouw borsten in een badhanddoek,
daar zijn geen woorden voor.
Nou ja, bij wijze van spreken...

Op een persconferentie van het Argentijnse comité
liep ik je tegen het lijf.
En wat begon uit verveling,
ontaardde in verlangen
en willen dat je blijft.
Ik zocht verzachtende omstandigheden
en stortte me in mijn werk.
Kon ik die waanzin maar vergeten;
was mijn verbeelding maar zo sterk.

Jij had ogen met uitzicht op zee.
Voor de rest had je weinig gebreken.
Jouw billen in een spijkerbroek,
daar zijn geen woorden voor.
Nou ja, de eerste paar weken...

Een ogenblik van vertedering verstoort
soms het wankel evenwicht
van zekerheden,
alleen in stand gehouden
door degeen die naast je ligt.
Jij had een man en twee kinderen
en ik een vrouw waar ik van hield.
Was het geile roekeloosheid
of wanhoop, wat ons heeft bezield?

Jij had ogen met uitzicht op zee,
die mij nooit echt hebben aangekeken.
Bij het afscheid op de roltrap
ging ik eronderdoor.
Nou ja, bij wijze van spreken...

1978


Vervolg op gisteren.
Een tekst van de vaste liedauteur van Herman van Veen in zijn vroege jaren, getoonzet en begeleid door Harry Sacksioni, zijn vaste gitarist in die periode.
Pas in de tweede strofe komen we te weten wie de ik-persoon belde
in een vreselijke vlaag van verstandsverbijstering: de vrouw die hij ontmoette op een persconferentie van het Argentijnse comité en met wie hij een verhouding begint. Wat begon uit verveling, ontaardde in verlangen en willen dat je blijft. Maar thuis wachtten een man en twee kinderen en [...] een vrouw waar ik van hield. Dus: ik [...] stortte me in mijn werk om die waanzin te vergeten, wat hem niet blijkt te zijn gelukt, weten wij dus al uit de eerste strofe. Háár lukte dat wel: zij ontsteeg hun relatie, zelfs letterlijk: op de roltrap, terwijl hij eronderdoor gaat, misschien niet letterlijk, maar zeker figuurlijk. En dus belt hij haar veel later - na al die jaren nog hetzelfde - op in een vreselijke vlaag van verstandsverbijstering en stelt vast dat hij voor haar niet méér voorstelt dan een herinnering aan iemand van lang geleden. Het had ook al te denken gegeven: jij had ogen met uitzicht op zee, die mij nooit echt hebben aangekeken. En dus klinkt het koeltjes: O, hallo [...]. Hoe gaat het er nou mee? En dat is niet bij wijze van spreken







 

Archief 2017