Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 38 - Delphine Lecompte: De stunt van de dag...

woensdag 20 september 2017

De stunt van de dag is hertenragout

Op het dak van de matrassenfabriek lees ik in de verte
Dat de stunt van de dag hertenragout is, of was
Want de zon gaat onder en de stunt van de nachtwinkel blijft eeuwig jenever
Stunt is een lelijk woord
En toch heb ik het driemaal gebruikt in de eerste strofe.

Strofe is een neutraal woord
De tweede strofe begint met strofe
Mijn leven is niet rampzalig, ik heb een bed en een oogloze teddybeer
Soms krijg ik chocoladen weekdieren van de oude kruisboogschutter
Zijn leven is glorieus, hij bezit een koffer en een fruitschaal en een brandblusapparaat onder meer.

Ik spring van het dak van de matrassenfabriek
Omdat dit een gedicht is kan ik ongehavend landen
Of land ik ongehavend omdat mijn val wordt opgevangen door een matrassenberg?
Aan de voet van de matrassenberg ligt een dode dichter die neerkeek op mijn schrijfsels
Omdat dit mijn gedicht is maak ik hem weer levend met gebroken benen.

Op de golfbreker van mijn geboortestrand eet ik mijn eerste peer van dit millennium
Wellicht eet ik staand, een beetje gebocheld, nogal ouwelijk
Ik ben moeders mooiste niet en daarom wil ik soms zelfmoord plegen
Maar zeker niet in De Zee, dat is veel te romantisch, ik verdien geen romantiek
Bovendien moet mijn dode lijf gevonden worden met kogelwonden.

Ik schud de morbiditeit van me af
Het is de schuld van De Zee, van de pier, van de peer
In de tweede strofe staat dat ik een bed en een oogloze teddybeer heb
Verder staat er ook nog dat ik soms chocoladen weekdieren krijg van de oude kruisboogschutter
Dat klopt, hij heet Omer, we spreken zelden over Eskimo's, en nog minder vaak over 1999.

2017


Vervolg van gisteren, maar nu met een gedicht over het dichten. Ik spring van het dak van de matrassenfabriek. Omdat dit een gedicht is kan ik ongehavend landen. Dat vind ik mooie regels, want in de poëzie van Delphine Lecompte gebeurt onvoorstelbaar veel. Zeker in Western-sferen: Mijn dode lijf moet gevonden worden met kogelwonden.  
 

Archief 2017