Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 36 - K. Schippers: In de buurt van planken

dinsdag 05 september 2017

Op 15 november 2016 vind ik tussen heelal en
horlogeketting een brief van Leo Vroman, in het
BBB-alfabet, 2de proef, niet eens in het echte

boek. 't Had ook bij vlindernet en voetbal
kunnen zijn, tussen flirt en flora of helemaal
achterin, na zweefvliegtuig, 't heeft gele

vleugels. Wat een woorden, ze gelden hier niet,
vond de brief pas echt tussen narme en natuur,
ongeopend, uit Brooklyn, 21 oktober 1989, een

mouw als luchtpostvel, kan het niet geloven,
27 jaar heb ik erop gewacht. Of de brief wel
echt is, geen Vroman-droom of verzinsel? Kijk

zelf maar, 2365 East 13th Street 6U, Brooklyn,
N.Y. 11229, zo'n adres verzin je niet. De
datum staat in de ronde stempel, 23 oct 1989,

Vroman heeft 'm twee dagen eerder geschreven.
Hoe is de brief verdwaald geraakt in de papier
winkel van het alfabet? Hoe kan hij mij zijn

ontgaan? "Je brief van 14-9 kwam hier op 18-10
aan, per zeepost geloof ik", begint Leo, alsof
het gisteren is geschreven. Had hem bedankt

voor z'n pas gemaakte tekeningen, zie het alfabet
bij aangezicht, kwetsuur, mond. Reusachtige vinger
ontdaan van z'n opperhuiden, lichaamsdelen in

verwarring, mond verdubbelt, verdrie-, nee, vervier-,
-vijfvoudigt zich. "Zijn het droombeelden?", vroeg
ik hem. Dat niet, ernstig zijn ze wel. "Ik heb mij

sinds ongeveer 1944, toen ik longontsteking had in
Osaka, geoefend in het net-niet-in-slaap-vallen", 
schrijft Vroman, en bijna altijd ziet hij dan "iets

schijnbaar onbenulligs", b.v. een stapel planken,
een paar kooien op een veld, de vage lijnen van
een stad. Hij tekent het, bij het kruisje staat

hij, "met erg veel moeite kan ik dan rondkijken
en zelfs een paar passen lopen. Ik kwam niet voorbij
de planken". Wat moet ik Leo Vroman antwoorden,

jaren later? Dat de planken in het alfabet tussen
pindawerper en poes, Tom komen, de kooien tussen
kompas en koraal, dat het veld z'n plaats zoekt

tussen een vechtersbaas en een verdieping, of planken
je kunnen redden als je niet voorgoed in slaap wilt 
vallen? "In april komen we misschien een paar weken in

Holland:, schrijft hij. "Alles hangt natuurlijk van
alles af. We zien je altijd zo kort of helemaal niet",
hier ben ik dan, beetje laat, dat wel, schrijf je terug?

2017


In een drukproef van dit boek dus vond K. Schippers de ongeopende brief van Leo Vroman:



BBB staat voor Barbarber: een tijdschrift, opgericht door J. Bernlef, G. Brands en K. Schippers. Het bestond van 1958 tot 1972. Een reactie op de Vijfitgers door Zestigers, die de taal wilden bevrijden van groteske beeldspraak en haar juist in haar alledaagsheid wilden presenteren, zoals via readymades.   

Hieronder nog twee tekeningen die Vroman maakte voor dit boek:
bij aangezicht [...], mond

 

 

Archief 2017