Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 34 - Jean de La Fontaine: De Raaf en de Vos

zaterdag 26 augustus 2017

Meester raaf, in 't wilgenboschjen,
Hield een kaashomp in den bek.
Reintjen rook het: in zoo'n kostjen
Had de snoepert ook wel trek.
"Wees gegroet!" zei 't looze vosjen,
"Waarde Heer Van Ravenhorst!
Edel voorhoofd, fiere norst.
Om uw schoonheid nooit volprezen!
Is uw zangstem ook zoo mooi
Als uw rijke vedertooi,
Dan moet gij een Fenix wezen!"
Door dit allervriendlijkst woord
Voelt de raaf zich zeer bekoord.
Nu, zijn stem - die moest bevallen.
Rein zou 't hooren! Een, twee, drie,
Opent hij den bek - maar zie!
Mèt laat hij zijn kaashomp vallen.
Reintje smult en lekt zijn baard:
"Weet, amice, vleiers fleemen
Om hun hoorders beet te nemen.
Zulk een lesjen, bij mijn staart,
Is toch wel een kaashomp waard."
En de raaf? - werd bijster kwaad
En hij zwoer nooit van zijn leven
Vleiers meer gehoor te geven.
- Goed! Maar 't was een beetjen laat.

1871


Net als gisteren een fabel uit het boek dat Paul Pelckmans schreef over De Wereld van La Fontaine, met daarin in facsimile de fabels zoals opgenomen in de Fabelen van La Fontaine, in 1871 gepubliceerd door dominee-dichter Jacob-Lodewijk Ten Kate.



Pelckmans: Zijn versie bleef [...] drie generaties lang de enige volledige Nederlandse La Fontaine en werd tot ver in de twintigste eeuw nog geregeld herdrukt; de vele herdrukken zijn nog altijd in zowat alle tweedehandsboekhandels te vinden. Het Nederlands van Ten Kate is natuurlijk verouderd, maar dat geeft het ook zijn bijzondere cachet. De dominee had kennelijk geen last van enige beroepsmisvorming en had goed begrepen dat La Fontaine zijn publiek vooral wou amuseren. Hij vertaalde op zijn beurt luimig eerder dan moraliserend en doet in zijn beste bladzijden soms aan Vader Cats denken. De zeldzame oudere, vooral achttiende-eeuwse vertalingen van La Fonaine die ik kon inkijken, lezen in onze eenentwintigste te moeizaam om er vlot uit te citeren; de tekst van Ten Kate blijft perfect toegankelijk en is tegelijk, van regel tot regel voelbaar, een oude vertaling van een oude tekst.    

Archief 2017