Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 34 - Max Greyson: Blik op oneindig

woensdag 23 augustus 2017

Altijd maken we lussen
vormen een op bed liggende acht
met onze armen en vingers verslingerd
in een wirwar van huid en haar
die nog net geen kluwen is

We haken vast in het snijpunt
we liggen daar, lijken loodrecht op elkaar
met onze buiken en borsten bol geblazen
onze ruggen hol en krom getrokken in haarspeldbochten

We klimmen langs flanken omlaag
grijpen weg van elkaar zoals takken naar water
maar dan andersom, wijdbeens naar het zonlicht reikend
in een verstilde daad van lenigheid

We kruisen, vloeien van pool naar pool
stromen in een oneindige kringloop van zuchten en hijgen

Daar leren we zwijgen op kosmische schaal
daar hebben we geen lucht meer nodig om ons te geleiden

Altijd zijn we nietig en klein
soms weten we bijna zeker dan we onmetelijk zijn


2016 



Ik koos voor dit gedicht van de Antwerpse dichter en perfomer Max Greyson (1988) omdat het omslag van zijn debuutbundel (gemaakt door Carmien Michels) rechtstreeks naar de eerste strofe ervan verwijst. Draai maar: een op bed liggende acht.

Greyson deed in 2015 mee aan het Nederlands kampioenschap Poetry Slam en werd tweede. Van jurylid Ilja Leonard Pfeijffer had hij mogen winnen. Die bracht hem meteen in contact met uitgeverij De Arbeiderspers, die in 2016 Waanzin went niet uitbracht.  

Pfeijffer mocht ook op de achterflap geciteerd: Hij is een echte dichter, virtuoos en talig. Talig is Greyson zeker, maar toch ingetogen, voorzichtig en zeker minder virtuoos dan Pfeijffer zelf. Dat mag ook: Greyson is nog geen dertig. Maar toch gek dat ik de vurige passie, de goede seks mis.

De
echte dichter fascineert mij nog het meest. Er schuurt iets in zijn poëzie, met name in zijn liefdesgedichten. Er lijken grote spanningen te zijn tussen jonge geliefden die toenadering tot elkaar zoeken en die ook weer verwerpen. Een crisis lijkt overwonnen - in een ander gedicht: We zijn nog niet half rechtop gekropen -, maar nu wil hij beminnen en controleren. Op het benauwende af zelfs.

Pff. Ik denk dat dit een vervolg krijgt...


 

Archief 2017