Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 29 - Hella Franken: Poeta

woensdag 19 juli 2017



Dorpsbegraafplaats op de oude heuvel. Ik lees de annalen
van doden die hier voorbije eeuwen woonden en met wie.
Besteld (zachte aarde), geschoven (harde rots) - bourgeoisie
echter verzamelt zich nog steeds in Camera Sepolcrale.

Tomba di Famiglia
- namen, geen Anno Domini.
Ze zijn stuk voor stuk vergrendeld, deze minikathedralen.
Ook van Famiglia Poeta! Dus niet te achterhalen:
de poëzie die daar ooit klonk bij Des Dichters fin de vie.

Tomba a destra
- Povera Italia, toch grafrechten.
Grootse galerijgraven en grafkamers, met streng beleid
geruimd. Wie Il Papa kan betalen, mag zich blijven hechten

aan tastbare herinnering. Zo niet, zal RK beslechten.
Brokken en gaten tonen aan: er is stevig gekastijd.
Gods heilig oude grond is door Gods dienaren ruw ontwijd.

2017 


Zo'n oud Italiaans kerkhof. Met uitgestrekte begraafplaatsen. Met imposante galerijgraven: hoge en brede bovengrondse wandgraven in galerijen naast en boven elkaar geplaatst in de rotsen. Met tientallen afgesloten grafkamers naast elkaar, met in de wanden de galerijgraven van één familie door de eeuwen heen en met daarnaast vaak een altaar met daarop vasa en non vasa sacra en een bidstoel ervoor. Dan nog vaak gedenkwanden met foto's, bloemen en knuffels... 

In een eerder sonnet (zie hier) schreef Hella Franken over het graf van Fons Rademakers dat zij daar zag. In een interview naar aanleiding van het verschijnen van haar tweede sonnettenbundel, met louter
Reissonnetten uit het Zuiden, vertelt zij:
Ik wist dat het graf van Fons Rademakers daar moest zijn. Hij woonde met zijn vrouw in het dorpje waar ik vaak verbleef en verblijf; zij woont er nog steeds. Maar de eerste keer kon ik het niet vinden. De tweede keer dat ik er was, liep ik er recht naar toe: een graftombe, mooi rustig in een hoek net achter de begraafplaats. Met een granieten gedenkplaat met zijn naam erop en een stalen kubus. Waar die voor staat, heb ik nog niet kunnen ontdekken. Ik zie Lili Rademakers nog wel eens lopen in de dorpsstraat, dus ik kan het haar eens vragen.


Waar ik van schrok - en wat ik tot uiting probeer te brengen in het gedicht Poeta - waren die gaten in de galerijgraven en de lege grafkamers. Geruimde graven. Zoals dat ook bij ons gebeurt wanneer grafrechten aflopen en families besluiten die niet te verlengen. Als je daartegenover de pracht en praal van de Katholieke kerk stelt, zoals je die ziet in Rome, maar ook in andere steden en stadjes, kun je toch haast niet begrijpen dat die Roomse rijkdom zich zo onbarmharig opstelt tegen de armoede die onder de dorpsbevolking heerst. 

Een ander beeld dat mij zo bijbleef, had ik eveneens in dat gedicht willen verwerken, maar dat lukte niet binnen die veertien regels. Beide keren klom hetzelfde vrouwtje van misschien wel honderd - krom, hardhorend en slecht ter been - aan de stevige arm van, ik denk een kleinzoon en, de tweede keer, een kleinkleindochter, de trappen op om, eindelijk bovengekomen, langs de galerijgraven te schuifelen. Daar bleef zij vervolgens om de meter staan om, enthousiast en driftig wijzend naar de gedenkplaat, tegen haar familielid te schreeuwen wie er te vroeg was doodgegaan aan een nare ziekte en wie nog ouder werd dan zij nu is. È morta molto vecchia! Maar ook wie verongelukte en zelfs wie er is vermoord. È stata assassinata! En het zijn nogal wat graven naast en boven elkaar. Dus voordat je daar doorheen bent... Beide weken precies dezelfde verhalen bij exact dezelfde graven.
Het was op zondagochtend dat ik er was. Ik veronderstel dat steeds iemand anders zich opoffert voor wat toch haar zondagse uitje moet zijn. Misschien nog wel het enige wekelijkse verzetje waarop zij zich verheugt.

Archief 2017