Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 28 - Hella Franken: En de dood reist mee

dinsdag 11 juli 2017

IM P

Vijftienhonderd kilometer ver van jou vandaan

hoorde ik van je dood en ik moest steeds aan je denken.
Ik kan geen afscheid komen nemen en ten geschenke
aan wie je beter heeft gekend en meer was begaan

met je dan ik heb kunnen zijn, schrijf ik dit. Doordrenken
van verdriet zal jouw einde hen; het was niet humaan
dat de dood zijn zeis letterlijk in je wiel kwam slaan
om je broze nek te breken - een neerbuigend krenken.

Door vandaag uitvoerig bij je leven stil te staan -
warm, zelfs zonder naar je zonderlinge kant te zwenken -
eert de krant jouw levenswakers op welkome wenken.

De pijn, ook om het wreed slot, zal met de jaren slenken.
't Is herinnering, daar doe ik het dus mee voortaan,
verst weg van wie mij jou liet kennen. Ook dáár dacht 'k aan!

2017



Ik weet niet wie
P is en ik kan hem alleen via de dichteres leren kennen. P is dood, lees ik. Omdat de ik-persoon op reis is - vijftienhonderd kilometer ver van jou vandaan -, kan zij niet naar zijn uitvaart komen. Zij besluit een sonnet te schrijven, waarin zij de overledene rechtstreeks aanspreekt: ten geschenke aan wie je beter heeft gekend.

Dan al blijkt dus dat de ik-persoon haar of hem niet bijster goed kende en dat geschenk richt zij aan wie [...] meer was begaan met je dan ik heb kunnen zijn. Wat zij daarmee bedoelt, begrijp je als lezer pas veel later.

blijkt te zijn verongelukt: het was niet humaan dat de dood zijn zeis letterlijk in je wiel kwam slaan om je broze nek te breken. Ik lees: zij of hij fietste, is gevallen (of geschept) en brak de nek. Als je jong bent, overleef je dat inmiddels wel, maar ik lees dat die nek broos was, dus het gaat om een oud(er) iemand en welke afweging maak je dan?

P was klaarblijkelijk een bekende, want alleen dan krijg je een necrologie: de krant [...] eert door vandaag uitvoerig bij je leven stil te staan. Was een zonderling(e)? Vast, want de krant schrijft warm, zelfs zonder naar je zonderlinge kant te zwenken. Zelfs doet vermoeden dat we te maken hebben met iemand die men in het algemeen aanziet als dorpsgek of zoiets.

De laatste strofe begint wel erg clichématig, want dat
pijn met de jaren zal slenken en dat 't herinnering is wat blijft, weten we inmiddels wel. Overigens: er staat niet slijten, maar slenken, en voor het eerst lees ik bij Hella Franken niet vier, maar slechts twee consequent doorgevoerde rijmklanken: manneljk aan en vrouwelijk enken.

Maar dan komt die laatste zin.
Verst weg? In de eerste regel staat de letterlijke afstand: vijftienhonderd kilometer verwijderd van de gestorvene. Blijkbaar is de afstand tot een ander nog veel groter, maar dan figuurlijk: van wie mij jou liet kennen.

Dan is ook meteen duidelijk waarom anderen meer betrokken waren
dan ik heb kunnen zijn. Met andere woorden: het was een ander die mij jou liet kennen. Leerde de ik-persoon P kennen via de geliefde die daarna weer uit haar leven verdween?

P is gestorven en dat zette de dichteres aan tot dit sonnet. Maar met P's dood kwam, begrijpelijkerwijs, ook de ex-geliefde in haar gedachten binnen. Immers: Ook daar dacht 'k aan.

Archief 2017